Go to content Go to navigation Go to search

Charlie Chaplin, zijn leven, zijn films · 3629 dagen geleden by Ad van den Ende

Inleiding

Charlie Chaplin is in Londen geboren op 16 april 1889. Hij was een uitstekende mime-speler, filmregisseur én een groot schrijver, zoals blijkt uit zijn autobiografie. De basis voor dit laatste legde hij in zijn jeugd: hij was een fanatiek lezer, las thrillers, boeken over geschiedenis, filosofie en psychologie (Freud). Wat dit betreft leek hij op Vincent van Gogh; dat was de meest belezen schilder van zijn tijd; Chaplin had zeer waarschijnlijk het meest gelezen van al zijn varieté-collega’s.

Kort na zijn twintigste verjaardag was hij al een van de beroemdste mensen van zijn tijd. Hij had het grote geluk dat zijn opkomst samenviel met die van de stomme film: die kende geen taalbarrière. Chaplin had een ongeëvenaard vermogen om emoties en karakters in mime weer te geven. Over de hele wereld begreep men hem en genoot men van hem.
Hij leverde een grote bijdrage aan de groei van de film, was een gedurfd vernieuwer én een veeleisende werkgever. Zijn serieuze films worden nu meer gewaardeerd dan in de tijd waarin ze ontstonden.
Vóór zijn dertigste was hij al miljonair; in 1977 stierf hij als Sir Charles Chaplin.

Londen was in de laatste twee decades van de 19e eeuw ‘een bruisende stad’, om met Jacques Brel te spreken. Door de industriële revolutie en de koloniën nam de welvaart snel toe. Vooral de rijken profiteerden hiervan. Chaplin vertelt hoe hij als twaalfjarige vaak op zondagmiddag voor ‘the Tankard’ stond te kijken als de deftige heren daar uit hun rijtuig stapten en de bar binnen gingen om er de elite van de varieté-theaters te ontmoeten. Rond 1880 waren deze theaters sterk in opkomst; in 1885 waren er al 36 van in Londen; in heel Engeland meer dan 200. Het wekelijks terugkerende publiek vroeg om steeds een nieuw programma; de vraag naar artiesten nam snel toe.

De arbeiders hadden een zwaar leven: het werk was vaak smerig, altijd langdurig, en zij waren meestal zeer slecht gehuisvest. Toch leed hun humeur hier in het algemeen niet onder; Londen was een levendige stad.
De armen gingen echter gebukt onder de voortdurende dreiging van opname in een werkhuis of een gesticht. Voor hen gold het tweede deel van Dickens gezegde: ‘it was the best of times, it was the worst of times’.

1. Het kind Charlie 1889 – 1898

Terug