Go to content Go to navigation Go to search

Jezus' prediking · 1427 dagen geleden by Ad van den Ende

De Bergrede (Matteus 5, 1-17)

1  Ἰδὼν δὲ τοὺς ὄχλους
Bij het zien van de vele mensen
ἀνέβη εἰς τὸ ὄρος·
ging hij de berg op,
καὶ καθίσαντος αὐτοῦ
en toen hij was gaan zitten
προσῆλθαν αὐτῷ οἱ μαθηταὶ αὐτοῦ·
kwamen zijn leerlingen naar hem toe.

————-

In de omgeving van Kafarnaüm is er een natuurlijke halve cirkel die er uit ziet als een Grieks-Romeins amfi-theater. Hier zou een aanzienlijke menigte kunnen zitten, en vanuit het midden kon die menigte zonder stemverheffing worden toegesproken. Waarschijnlijk heeft Jezus daar de Bergrede gehouden.

————

2  καὶ ἀνοίξας τὸ στόμα αὐτοῦ
En na zijn mond geopend te hebben
ἐδίδασκεν αὐτοὺς λέγων,
onderwees hij hen, zeggend:

3  Μακάριοι οἱ πτωχοὶ τῷ πνεύματι,
Gelukkig de nederigen van hart
ὅτι αὐτῶν ἐστιν ἡ βασιλεία τῶν οὐρανῶν.
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
4  μακάριοι οἱ πενθοῦντες,
Gelukkig de treurenden,
ὅτι αὐτοὶ παρακληθήσονται.
want zij zullen getroost worden.

5  μακάριοι οἱ πραεῖς,
Gelukkig de zachtmoedigen,
ὅτι αὐτοὶ κληρονομήσουσιν τὴν γῆν.
want zij zullen bezitten het land.

6  μακάριοι οἱ πεινῶντες καὶ διψῶντες τὴν δικαιοσύνην,
Gelukkig zij die hongeren en dorsten naar de gerchtigheid,
ὅτι αὐτοὶ χορτασθήσονται.
want zij zullen verzadigd worden.

7  μακάριοι οἱ ἐλεήμονες,
Gelukkig de barmhartigen,
ὅτι αὐτοὶ ἐλεηθήσονται.
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

8  μακάριοι οἱ καθαροὶ τῇ καρδίᾳ,
Gelukkig de zuiveren van hart,
ὅτι αὐτοὶ τὸν θεὸν ὄψονται.
want zij zullen God zien.

9  μακάριοι οἱ εἰρηνοποιοί,
Gelukkig de vredestichters
ὅτι [αὐτοὶ] υἱοὶ θεοῦ κληθήσονται.
want zij zullen zonen van God genoemd worden.

10  μακάριοι οἱ δεδιωγμένοι ἕνεκεν δικαιοσύνης,
Gelukkig wie vervolgd worden om de gerechtigheid
ὅτι αὐτῶν ἐστιν ἡ βασιλεία τῶν οὐρανῶν.
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

11  μακάριοί ἐστε ὅταν ὀνειδίσωσιν ὑμᾶς
Gelukkig zijn jullie wanneer ze jullie uitschelden
καὶ διώξωσιν καὶ εἴπωσιν πᾶν πονηρὸν καθ᾽ ὑμῶν
en vervolgen en allerlei slechts zeggen over jullie
ἕνεκεν ἐμοῦ·
vanwege mij.

12  χαίρετε καὶ ἀγαλλιᾶσθε,
Verheug je en juicht,
ὅτι ὁ μισθὸς ὑμῶν πολὺς ἐν τοῖς οὐρανοῖς·
want jullie loon (zal zijn) groot in de hemel;
οὕτως γὰρ ἐδίωξαν τοὺς προφήτας τοὺς πρὸ ὑμῶν.
want zó vervolgden ze de profeten vóór jullie.

13  Ὑμεῖς ἐστε τὸ ἅλας τῆς γῆς·
Jullie zijn het zout van de aarde;
ἐὰν δὲ τὸ ἅλας μωρανθῇ,
maar als het zout smakeloos wordt,
ἐν τίνι ἁλισθήσεται;
waarmee zal het dan gezouten worden?
εἰς οὐδὲν ἰσχύει ἔτι
Nergens dient het nog voor
εἰ μὴ βληθῆναι ἔξω
dan om weggegooid te worden
καὶ καταπατεῖσθαι ὑπὸ τῶν ἀνθρώπων.
en vertrapt te worden door de mensen.

14  Ὑμεῖς ἐστε τὸ φῶς τοῦ κόσμου.
Jullie zijn het licht van de wereld.
οὐ δύναται πόλις κρυβῆναι
Niet kan een stad verborgen blijven
ἐπάνω ὄρους κειμένη·
boven op een berg gelegen.
15  οὐδὲ καίουσιν λύχνον
Ook steken ze niet een lamp aan
καὶ τιθέασιν αὐτὸν ὑπὸ τὸν μόδιον
om hem te plaatsen onder een korenmaat.
ἀλλ᾽ ἐπὶ τὴν λυχνίαν,
maar op de kandelaar,
καὶ λάμπει πᾶσιν τοῖς ἐν τῇ οἰκίᾳ.
en hij geeft licht voor allen in het huis.

16  οὕτως λαμψάτω τὸ φῶς ὑμῶν ἔμπροσθεν τῶν ἀνθρώπων,
Zo moet schijnen jullie licht voor de mensen
ὅπως ἴδωσιν ὑμῶν τὰ καλὰ ἔργα
opdat ze zien van jullie de goede daden
καὶ δοξάσωσιν τὸν πατέρα ὑμῶν τὸν ἐν τοῖς οὐρανοῖς.
en eer bewijzen aan jullie vader in de hemel.

17  Μὴ νομίσητε ὅτι ἦλθον καταλῦσαι τὸν νόμον
Meent niet dat ik kwam om de wet af te schaffen
ἢ τοὺς προφήτας·
of de profeten;
οὐκ ἦλθον καταλῦσαι
ik kwam niet om af te schaffen
ἀλλὰ πληρῶσαι.
maar om tot vervulling te brengen.

—————-

Vlak ten noorden van Kafarnaüm heeft de kustlijn de vorm van een halve cirkel. Iemand in een boot hoeft niet eens te schreeuwen om de mensen, die langs de kant zitten, verstaanbaar toe te spreken.

——————

(Marcus 4:1-2)
1 Καὶ πάλιν ἤρξατο διδάσκειν παρὰ τὴν θάλασσαν.
En opnieuw begon hij te onderwijzen langs het meer.
καὶ συνάγεται πρὸς αὐτὸν ὄχλος πλεῖστος,
En er verzamelde zich bij hem een zeer grote menigte,
ὥστε αὐτὸν εἰς πλοῖον ἐμβάντα καθῆσθαι ἐν τῇ θαλάσσῃ,
zodat hij, in een boot gegaan, op het meer zat,
καὶ πᾶς ὁ ὄχλος πρὸς τὴν θάλασσαν ἐπὶ τῆς γῆς ἦσαν.
en geheel de menigte was bij het meer op het land.

2 καὶ ἐδίδασκεν αὐτοὺς ἐν παραβολαῖς πολλά,
En hij leerde hun in gelijkenissenn veel,
καὶ ἔλεγεν αὐτοῖς ἐν τῇ διδαχῇ αὐτοῦ,
en hij onderwees hun in zijn leer.

De twee grootste geboden (Marcus 12:28-34)

28  Καὶ προσελθὼν εἷς τῶν γραμματέων
Een van de schriftgeleerden kwam naar voren,
ἀκούσας
die geluisterd had
αὐτῶν συζητούντων,
terwijl zij discussieerden.
ἰδὼν
Toen hij gemerkt had
ὅτι καλῶς ἀπεκρίθη αὐτοῖς,
dat hij hun goed had geantwoord
ἐπηρώτησεν αὐτόν,
vroeg hij hem:
Ποία ἐστὶν ἐντολὴ πρώτη πάντων;
Welke is het eerste van alle geboden?

29  ἀπεκρίθη ὁ Ἰησοῦς ὅτι Πρώτη ἐστίν,
Jezus antwoordde wat het eerste is.
Ἄκουε, Ἰσραήλ, κύριος ὁ θεὸς ἡμῶν
“Luister, Israël, de Heer onze God
κύριος εἷς ἐστιν,
is de enige Heer,
30  καὶ ἀγαπήσεις κύριον τὸν θεόν σου
en u zult de Heer uw God liefhebben
ἐξ ὅλης τῆς καρδίας σου
met heel uw hart
καὶ ἐξ ὅλης τῆς ψυχῆς σου
en met heel uw ziel
καὶ ἐξ ὅλης τῆς διανοίας σου
en met heel uw verstand
καὶ ἐξ ὅλης τῆς ἰσχύος σου.
em met heel uw kracht.

31  δευτέρα αὕτη,
Het tweede is:
Ἀγαπήσεις τὸν πλησίον σου ὡς σεαυτόν.
u zult uw naaste liefhebben als uzelf
μείζων τούτων ἄλλη ἐντολὴ οὐκ ἔστιν.
een ander gebod, groter dan die, is er niet.”

32  καὶ εἶπεν αὐτῷ ὁ γραμματεύς,
En de schriftgeleerde zei hem:
Καλῶς, διδάσκαλε,
“Heel goed, meester,
ἐπ᾽ ἀληθείας εἶπες ὅτι εἷς ἐστιν
naar waarheid zei u dat er één is,
καὶ οὐκ ἔστιν ἄλλος πλὴν αὐτοῦ·
en er is er geen ander dan hij,
33  καὶ τὸ ἀγαπᾶν αὐτὸν ἐξ ὅλης τῆς καρδίας
en het hem liefhebben met heel het hart
καὶ ἐξ ὅλης τῆς συνέσεως
en met heel het inzicht
καὶ ἐξ ὅλης τῆς ἰσχύος
en met alle kracht,
καὶ τὸ ἀγαπᾶν τὸν πλησίον ὡς ἑαυτὸν
en het je naaste liefhebben als jezelf
περισσότερόν ἐστιν
is veel belangrijker
πάντων τῶν ὁλοκαυτωμάτων καὶ θυσιῶν.
dan alle brandoffers en (andere) offers.”

34  καὶ ὁ Ἰησοῦς ἰδὼν [αὐτὸν]
En Jezus, merkend
ὅτι νουνεχῶς ἀπεκρίθη εἶπεν αὐτῷ,
dat hij verstandig antwoordde, zei hem:
Οὐ μακρὰν εἶ ἀπὸ τῆς βασιλείας τοῦ θεοῦ.
“Niet ver ben je van het koninkrijk.”
καὶ οὐδεὶς οὐκέτι ἐτόλμα
En niemand waagde het nog
αὐτὸν ἐπερωτῆσαι.
hem een vraag te stellen.

Bij Lucas lezen we: (Lucas 6:27-36)

27  Ἀλλὰ ὑμῖν λέγω τοῖς ἀκούουσιν,
Tegen jullie, die naar mij luisteren, zeg ik,
ἀγαπᾶτε τοὺς ἐχθροὺς ὑμῶν,
heb je vijanden lief,
καλῶς ποιεῖτε τοῖς μισοῦσιν ὑμᾶς,
doet goed aan die jullie haten,
28  εὐλογεῖτε τοὺς καταρωμένους ὑμᾶς,
zegen wie jullie vervloeken,
προσεύχεσθε περὶ τῶν ἐπηρεαζόντων ὑμᾶς.
bid voor wie jullie slecht behandelen.

29  τῷ τύπτοντί σε ἐπὶ τὴν σιαγόνα
Als iemand jullie op de wang slaat,
πάρεχε καὶ τὴν ἄλλην,
keer hem ook de andere toe.
καὶ ἀπὸ τοῦ αἴροντός σου τὸ ἱμάτιον
En als iemand je bovenkleed afneemt,
καὶ τὸν χιτῶνα μὴ κωλύσῃς.
weiger hem ook het onderkleed niet.

30  παντὶ αἰτοῦντί σε δίδου,
Geef aan iemand die je iets vraagt,
καὶ ἀπὸ τοῦ αἴροντος τὰ σὰ
en als iemand het jouwe afneemt
μὴ ἀπαίτει.
eis het niet terug.

31  καὶ καθὼς θέλετε
En zoals jullie willen
ἵνα ποιῶσιν ὑμῖν οἱ ἄνθρωποι,
dat mensen jullie behandelen,
ποιεῖτε αὐτοῖς ὁμοίως.
behandel hen ook zo.

32  καὶ εἰ ἀγαπᾶτε τοὺς ἀγαπῶντας ὑμᾶς,
En als jullie liefhebben wie jullie liefhebben,
ποία ὑμῖν χάρις ἐστίν;
welke verdienste is dat voor jullie?
καὶ γὰρ οἱ ἁμαρτωλοὶ τοὺς ἀγαπῶντας αὐτοὺς ἀγαπῶσιν.
Want ook de zondaars hebben degenen die hen liefhebben lief.

33  καὶ ἐὰν ἀγαθοποιῆτε
En als jullie goed doen
τοὺς ἀγαθοποιοῦντας ὑμᾶς,
aan degenen die jullie goed doen,
ποία ὑμῖν χάρις ἐστίν;
welke verdienste is dat voor jullie?
καὶ οἱ ἁμαρτωλοὶ τὸ αὐτὸ ποιοῦσιν.
De zondaars doen hetzelfde!
34  καὶ ἐὰν δανίσητε
En als jullie geld lenen (aan hen)
παρ᾽ ὧν ἐλπίζετε λαβεῖν,
vn wie jullie geld hopen terug te ontvangen,
ποία ὑμῖν χάρις [ἐστίν];
welke verdienste is dat voor jullie?
καὶ ἁμαρτωλοὶ ἁμαρτωλοῖς δανείζουσιν
Ook zondaars lenen geld aan zondaars
ἵνα ἀπολάβωσιν τὰ ἴσα.
opdat zij hetzelfde terug ontvangen.

35  πλὴν ἀγαπᾶτε τοὺς ἐχθροὺς ὑμῶν
Nee, heb je vijanden lief
καὶ ἀγαθοποιεῖτε καὶ δανείζετε
en doe goed en leen geld
μηδὲν ἀπελπίζοντες·
zonder iets terug te verwachten,
καὶ ἔσται ὁ μισθὸς ὑμῶν πολύς,
en jullie loon zal groot zijn,
καὶ ἔσεσθε υἱοὶ ὑψίστου,
en jullie zullen zonen zijn van de allerhoogste
ὅτι αὐτὸς χρηστός ἐστιν
want die is zelf ook goed
ἐπὶ τοὺς ἀχαρίστους καὶ πονηρούς.
voor de ondankbaren en kwaadwilligen.

36  Γίνεσθε οἰκτίρμονες
Wees barmhartig
καθὼς [καὶ] ὁ πατὴρ ὑμῶν οἰκτίρμων ἐστίν.
zoals ook jullie Vader barmhartig is.

Volgende
Terug