Go to content Go to navigation Go to search

Les 14 De ondergang van Troje · 3588 dagen geleden by Ad van den Ende

14A De waarschuwing van Laokoon.

Daar kwam Laokoon, de priester van Troje, met zijn twee zoons naar beneden gelopen. Want hij was zeer boos op de burgers en waarschuwde hen: ‘Burgers, wat doen jullie (nu)? Jullie zijn niet goed wijs! Want de Grieken zijn zeer onbetrouwbaar, ook als ze voor jullie geschenken achterlaten! Maar luister naar mij: sleep het paard alsjeblieft niet naar de stad. Want het zal voor jullie allen veel slechte dingen met zich meebrengen. Vertrouw op mij en doe zoals ik jullie op het hart druk!’
Op die manier waarschuwde Laokoon de burgers. Daarbij wierp hij een lans naar het paard. Op dat moment kropen er echter twee zeer grote slangen uit de zee het land op. Zij waren zeer vreesaanjagend en gleden op Laokoon toe. Terstond wurgen zij met hun lichamen Laokoon zelf en zijn twee zonen. Toen beving een zeer grote vrees de Trojanen. Allen zeiden hetzelfde tegen elkaar: ‘De dood van Laokoon is voor ons een zeer duidelijk teken; zijn dood is een straf van de goden; want het paard is heilig. Trek het dus naar de stad.’ Daarna trekken de Trojanen het paard naar Troje.

14B Menelaos en Helena

Ook Menelaos nam deel aan de verwoesting van Troje. Velen van de Trjanen doodde hij. Tegelijk zocht hij echter naar Helena, zijn vrouw. Want hij was zeer boos op haar en verlangde er naar haar te doden.

Toen Helena echter van uit de verte Menelaos opmerkte, ontvluchtte zij hem met zeer grote angst, maar zij bleef niet voor hem verborgen. Hij achtervolgde haar en reeds grijpt hij met zijn hand naar het zwaard. Maar Helena viel bij zijn knieën en smeekte hem: ‘Liefste man, dood me niet, maar heb medelijden! Want ik ben niet slecht, maar ik ben nu dezelfde vrouw als vroeger. Maar Afrodite zelf is schuldig aan mijn slechte daden! Want door haar toedoen kwam ik hier naar toe, en woon ik nu in het huis van Priamos. Heb dus begrip voor me. Want van jou alleen houd ik, en alleen voor jou – niet voor een andere man – wil ik de mooiste vrouw zijn!’ Maar Menelaos aarzelde: ‘Moet ik haar doden of niet? Het is duidelijk dat zij nu dezelfde vrouw is als vroeger; want zij schijnt mij zeer mooi toe en gelijk aan een godin!’ Zijn zwaard valt uit zijn hand, Menelaos vergeeft haar; want hij houdt ook nu nog van zijn vrouw!’

Volgende
Terug