Go to content Go to navigation Go to search

Kyros trekt op, het binnenland in. · 3250 dagen geleden by Ad van den Ende

[1.2.1] ἐπεὶ δ᾽ ἐδόκει 1 ἤδη πορεύεσθαι 2 αὐτῷ ἄνω,
Toen hij nu besloot op te trekken het binnenland in
τὴν μὲν πρόφασιν ἐποιεῖτο
gaf hij als voorwendsel op
ὡς Πισίδας
dat hij de Pisidiërs
βουλόμενος ἐκβαλεῖν
wilde verjagen,
παντάπασιν 3 ἐκ τῆς χώρας·
‘met man en muis’ uit zijn ambtsgebied.

καὶ ἁθροίζει ὡς ἐπὶ τούτους
En hij verzamelde, zogenaamd tegen hen,
τό τε βαρβαρικὸν καὶ τὸ Ἑλληνικόν.
zowel het Perzische als het Griekse (leger).

1. δοκει μοι = het schijnt mij (goed), ik besluit
2. πορευομαι = reizen, marcheren
3. πανταπασι = geheel en al

De verschillende legeronderdelen worden opgesomd; bij elkaar zijn dat ongeveer 8000 man; wanneer ook Meno zich met zijn 1500 man aansluit (paragraaf 6), telt het hele leger bijna 10.000 man.

[1.2.4] οὗτοι μὲν εἰς Σάρδεις αὐτῷ ἀφίκοντο. 1
Dezen kwamen in Sardes bij hem.
Τισσαφέρνης δὲ κατανοήσας 2 ταῦτα,
Toen Tissaphernes dat bemerkte
καὶ μείζονα ἡγησάμενος εἶναι
en toen hem de voorbereiding groter leek te zijn
ἢ ὡς ἐπὶ Πισίδας τὴν παρασκευήν, 3
dan (voor de verdrijving van) de Pisidiërs,
πορεύεται ὡς βασιλέα ᾗ ἐδύνατο τάχιστα
spoedde hij zich naar de koning zo snel als hij kon
ἱππέας ἔχων ὡς πεντακοσίους.
met ongeveer vijfhonderd ruiters.

1. αφικνεομαι = aankomen, bereiken
2. κατανοεω = begrijpen
3. παρασκευαζω = klaarmaken

[1.2.5] καὶ βασιλεὺς μὲν δὴ ἐπεὶ ἤκουσε Τισσαφέρνους
En toen de koning van Tissaphernes hoorde
τὸν Κύρου στόλον, 1
over de expeditie van Kyros
ἀντιπαρεσκευάζετο.
maakte hij zich klaar (voor de strijd).

Κῦρος δὲ ἔχων οὓς εἴρηκα 2 ὡρμᾶτο ἀπὸ Σάρδεων·
Kyros, met (allen) die ik noemde, vertrok vanuit Sardes.
καὶ ἐξελαύνει 3 διὰ τῆς Λυδίας σταθμοὺς τρεῖς
En hij trok op door Lydië, drie dagmarsen,
παρασάγγας εἴκοσι καὶ δύο
twee-en-twintig uren gaans,
ἐπὶ τὸν Μαίανδρον ποταμόν.
naar de rivier de Maiander.
τούτου τὸ εὖρος δύο πλέθρα.
Daarvan is de breedte twee plethren (2×31 m).
γέφυρα δὲ ἐπῆν ἐζευγμένη 4 πλοίοις.
Daarover lag een brug die was samengesteld uit schepen.

1. στόλοσ = expeditie
2. λεγω = zeggen, vertellen
3. ἐξελαύνω = verder trekken
4. ζευγνυμι = vastbinden, verbinden

[1.2.6] τοῦτον διαβὰς 1 ἐξελαύνει διὰ Φρυγίας
Die (rivier) stak hij over en hij trok verder door Phrygië,
σταθμὸν ἕνα παρασάγγας ὀκτὼ
één dagmars, acht uren gaans,
εἰς Κολοσσάς, πόλιν οἰκουμένην
naar Colossae, een dichtbevolkte stad,
καὶ εὐδαίμονα καὶ μεγάλην.
welvarend en groot.
ἐνταῦθα ἔμεινεν 2 ἡμέρας ἑπτά·
Daar bleef hij zeven dagen;
καὶ ἧκε 3 Μένων ὁ Θετταλὸς
en Menoon, de Thessaliër, voegde zich bij hem,
ὁπλίτας ἔχων χιλίους καὶ πελταστὰς πεντακοσίους,
met duizend hoplieten en vijfhonderd peltasten,
Δόλοπας καὶ Αἰνιᾶνας καὶ Ὀλυνθίους.
Dolopiërs, Aenianiërs en Olynthiërs.

1. διαβὰινω = oversteken, ergens doorheen trekken
2. μενω = blijven
3. ἧκω = gekomen zijn, komen

[1.2.7] ἐντεῦθεν ἐξελαύνει σταθμοὺς τρεῖς
Vandaar trok hij op, drie dagmarsen,
παρασάγγας εἴκοσιν εἰς Κελαινάς,
twintig uren gaans, naar Celaenae,
τῆς Φρυγίας πόλιν οἰκουμένην,
de stad van de Phrygiërs, die dichtbevolkt,
μεγάλην καὶ εὐδαίμονα.
groot en welvarend is.

ἐνταῦθα Κύρῳ βασίλεια ἦν καὶ παράδεισος μέγας
Daar had Kyros een paleis en een groot park,
ἀγρίων θηρίων πλήρης,
vol wilde dieren,
ἃ ἐκεῖνος ἐθήρευεν 1 ἀπὸ ἵππου,
waarop hij te paard jacht maakte
ὁπότε γυμνάσαι 2 βούλοιτο ἑαυτόν τε καὶ τοὺς ἵππους.
wanneer hij zichzelf en zijn paarden wilde oefenen.
διὰ μέσου δὲ τοῦ παραδείσου
Midden door het park
ῥεῖ^3^ ὁ Μαίανδρος ποταμός·
stroomt de rivier de Maeander.
αἱ δὲ πηγαὶ αὐτοῦ εἰσιν ἐκ τῶν βασιλείων·
De bronnen daarvan bevinden zich in het paleis;
ῥεῖ δὲ καὶ διὰ τῆς Κελαινῶν πόλεως.
(de rivier) stroomt ook door de stad Celaenae.

1. θήρευω = jagen
2. γυμνάζω = oefenen, trainen
3. ῥεω = vloeien, stromen

[1.2.8] ἔστι δὲ καὶ μεγάλου βασιλέως βασίλεια
Er is ook een paleis van de grote koning
ἐν Κελαιναῖς ἐρυμνὰ 1
in Celaenae, versterkt.
ἐπὶ ταῖς πηγαῖς τοῦ Μαρσύου ποταμοῦ ὑπὸ τῇ ἀκροπόλει·
bij de bronnen van de rivier de Marsyas onder de vesting.

ῥεῖ δὲ καὶ οὗτος διὰ τῆς πόλεως
Ook deze stroomt door de stad
καὶ ἐμβάλλει 2 εἰς τὸν Μαίανδρον·
en mondt uit in de Maeander.
τοῦ δὲ Μαρσύου τὸ εὖρός ἐστιν εἴκοσι καὶ πέντε ποδῶν.
Van de Marsyas is de breedte vijf en twintig voet.

1. ἐρυμνος = versterkt
2. ἐμβάλλω = een inval doen; uitmonden in

ἐνταῦθα λέγεται Ἀπόλλων ἐκδεῖραι 1 Μαρσύαν
Men zegt dat Apollo daar Marsyas gevild heeft,
νικήσας ἐρίζοντά 2 οἱ
nadat hij hem overwonnen had
περὶ σοφίας,
in een wedstrijd (met de fluit),
καὶ τὸ δέρμα κρεμάσαι
en dat hij de huid uitgespreid heeft
ἐν τῷ ἄντρῳ ὅθεν αἱ πηγαί·
in de grot waar de bronnen (ontspringen);
διὰ δὲ τοῦτο ὁ ποταμὸς καλεῖται 3 Μαρσύας.
daarom wordt de rivier de Marsyas genoemd.

1. (ἐκ)δερω = (geheel) villen
2. ἐρίζω = twisten; wedijveren met
3. καλεω = roepen; dagvaarden; noemen

[1.2.9] ἐνταῦθα Ξέρξης,
Men zegt dat Xerxes daar,
ὅτε ἐκ τῆς Ἑλλάδος ἡττηθεὶς 1 τῇ μάχῃ ἀπεχώρει 2
toen hij verslagen uit Griekenland de strijd ontvluchtte,
λέγεται οἰκοδομῆσαι 3 ταῦτά τε τὰ βασίλεια
dat paleis gebouwd heeft
καὶ τὴν Κελαινῶν ἀκρόπολιν.
en de burcht van de inwoners van Celaenae.
ἐνταῦθα ἔμεινε Κῦρος ἡμέρας τριάκοντα·
Daar bleef Kyros dertig dagen.

1. ἡτταομαι = een nederlaag lijden, verslagen worden
2. ἀποχώρεω = weggaan
3. οἰκοδομεω = (een huis) bouwen

καὶ ἧκε Κλέαρχος ὁ Λακεδαιμόνιος φυγὰς
En (daar) kwam Klearchos, de balling uit Sparta,
ἔχων ὁπλίτας χιλίους
met duizend hoplieten
καὶ πελταστὰς Θρᾷκας ὀκτακοσίους
en achthonderd Thracische peltasten
καὶ τοξότας Κρῆτας διακοσίους.
en tweehonderd Kretenzische boogschutters.

ἅμα δὲ καὶ Σῶσις παρῆν ὁ Συρακόσιος
Tegelijk verscheen ook Sosis de Syrakusiër
ἔχων ὁπλίτας τριακοσίους,
met driehonderd hoplieten,
καὶ Σοφαίνετος Ἀρκάδας ἔχων ὁπλίτας χιλίους.
en de Arkadiër Sophainetos met duizend hoplieten.
καὶ ἐνταῦθα Κῦρος ἐξέτασιν 1
En daar hield Kyros een inspectie
καὶ ἀριθμὸν 2 τῶν Ἑλλήνων ἐποίησεν ἐν τῷ παραδείσῳ,
en een telling van de Hellenen, in het park,
καὶ ἐγένοντο οἱ σύμπαντες ὁπλῖται μὲν μύριοι και χίλιοι,
en er waren alles bijeen elfduizend hoplieten,
πελτασταὶ δὲ ἀμφὶ τοὺς δισχιλίους.
en ongeveer tweeduizend peltasten.

1. ἐξέταζω = onderzoeken
2. ἀριθμὸσ = aantal, telling

[1.2.11] ἐντεῦθεν ἐξελαύνει σταθμοὺς δύο
Vandaar marcheerde hij twee dagmarsen,
παρασάγγας δώδεκα
twaalf uren gaans,
ἐς Κεράμων ἀγοράν, πόλιν οἰκουμένην,
naar Keramon Agora, een dichtbevolkte plaats
ἐσχάτην πρὸς τῇ Μυσίᾳ χώρᾳ.
aan de uiterste grens van Mysië.
ἐντεῦθεν ἐξελαύνει σταθμοὺς τρεῖς
Vandaar trok hij in drie dagmarsen,
παρασάγγας τριάκοντα εἰς Καΰστρου πεδίον,
dertig uren gaans, naar de vlakte van Cayster,
πόλιν οἰκουμένην. ἐνταῦθ᾽ ἔμεινεν ἡμέρας πέντε·
een dichtbevolkte stad. Daar bleef hij vijf dagen.

καὶ τοῖς στρατιώταις ὠφείλετο 1
En hij was de soldaten schuldig
μισθὸς πλέον ἢ τριῶν μηνῶν,
een loon van meer dan drie maanden,
καὶ πολλάκις ἰόντες
en vaak gaande
ἐπὶ τὰς θύρας ἀπῄτουν. 2
naar de ingang (van zijn tent) eisten zij dat op.
ὁ δὲ ἐλπίδας λέγων
Door hun hoop te geven
διῆγε καὶ δῆλος
hield hij (hen) aan het lijntje en kennelijk
ἦν ἀνιώμενος·
werd hij in het nauw gebracht.
οὐ γὰρ ἦν πρὸς τοῦ Κύρου τρόπου
Want het was niet de gewoonte van Kyros
ἔχοντα μὴ ἀποδιδόναι. 3
om, als hij het had, het niet te geven.

1. ὀφείλω = verschuldigd zijn, moeten
2. ἀπαιτεω = opeisen
3. ἀποδιδωμι = afgeven, teruggeven

[1.2.12] ἐνταῦθα ἀφικνεῖται Ἐπύαξα ἡ Συεννέσιος γυνὴ
Toen kwam Epyaxa, de vrouw van Syennesis,
τοῦ Κιλίκων βασιλέως παρὰ Κῦρον·
de koning van de Kilikiërs, naar Kyros.
καὶ ἐλέγετο Κύρῳ δοῦναι χρήματα πολλά.
En men zegt dat zij Kyros veel geld gaf.
τῇ δ᾽ οὖν στρατιᾷ τότε ἀπέδωκε Κῦρος
Derhalve gaf Kyros het leger toen
μισθὸν τεττάρων μηνῶν.
het loon van vier maanden.

[1.2.13] ἐντεῦθεν δὲ ἐλαύνει σταθμοὺς δύο παρασάγγας δέκα Vandaar marcheerde hij twee dagmarsen, tien uren gaans,
εἰς Θύμβριον, πόλιν οἰκουμένην.
naar Thymbrion, een volkrijke stad.
ἐνταῦθα ἦν παρὰ τὴν ὁδὸν κρήνη
Daar was langs de weg een bron
ἡ Μίδου καλουμένη τοῦ Φρυγῶν βασιλέως,
die naar Midas genoemd was, de koning van de Phrygiërs,
ἐφ᾽ ᾗ λέγεται Μίδας τὸν Σάτυρον θηρεῦσαι 1
waar men zegt dat Midas de Sater gevangen heeft
οἴνῳ κεράσας 2 αὐτήν.
na (de bron) met wijn gemengd te hebben.

1. θηρεῦω = jagen; vangen
2. κεράννυμι = mengen

Volgende
Terug