Go to content Go to navigation Go to search

Laatste avondmaal en gevangenneming · 1731 dagen geleden by Ad van den Ende

Marcus 14 Marcus

17 Καὶ ὀψίας γενομένης ἔρχεται μετὰ τῶν δώδεκα.
Als het laat geworden is komt hij met de twaalf.
18 καὶ ἀνακειμένων αὐτῶν καὶ ἐσθιόντων
Toen zij aanlagen en aten
ὁ Ἰησοῦς εἶπεν,
zei Jezus:
Ἀμὴν λέγω ὑμῖν ὅτι εἷς ἐξ ὑμῶν παραδώσει με,
‘Voorwaar, ik zeg jullie dat één van jullie me zal verraden,
ὁ ἐσθίων μετ᾽ ἐμοῦ.
die eet met mij.’
19 ἤρξαντο λυπεῖσθαι καὶ λέγειν αὐτῷ
Ze begonnen verdrietig te worden en tegen hem te zeggen,
εἷς κατὰ εἷς, Μήτι ἐγώ;
één voor één: “Ik toch niet?”

20 ὁ δὲ εἶπεν αὐτοῖς, Εἷς [ἐκ] τῶν δώδεκα,
Maar hij zei hun: ‘Een van (jullie) twaalf,
ὁ ἐμβαπτόμενος μετ᾽ ἐμοῦ εἰς τὸ τρύβλιον.
die doopt met mij in de schaal.
21 ὅτι ὁ μὲν υἱὸς τοῦ ἀνθρώπου ὑπάγει
De mensenzoon gaat wel heen
καθὼς γέγραπται περὶ αὐτοῦ,
zoals geschreven is over hem,
οὐαὶ δὲ τῷ ἀνθρώπῳ ἐκείνῳ
maar wee die mens
δι᾽ οὗ ὁ υἱὸς τοῦ ἀνθρώπου παραδίδοται·
door wie de mensenzoon wordt overgeleverd.
καλὸν αὐτῷ εἰ οὐκ ἐγεννήθη
(Het zou) goed (zijn) voor hem als hij niet was geboren,
ὁ ἄνθρωπος ἐκεῖνος.
die mens.

22 Καὶ ἐσθιόντων αὐτῶν
En terwijl zij aten,
λαβὼν ἄρτον εὐλογήσας
nemend brood, een zegengebed uitsprekend,
ἔκλασεν καὶ ἔδωκεν αὐτοῖς καὶ εἶπεν,
brak hij het en hij gaf het aan hen, en zei:
Λάβετε, τοῦτό ἐστιν τὸ σῶμά μου.
‘Neemt, dit is mijn lichaam.’
23 καὶ λαβὼν ποτήριον
En na een beker genomen te hebben
εὐχαριστήσας
en een dankgebed gesproken te hebben
ἔδωκεν αὐτοῖς,
gaf hij (de beker) aan hen,
καὶ ἔπιον ἐξ αὐτοῦ πάντες.
en zij dronken daaruit allen.

24 καὶ εἶπεν αὐτοῖς,
En hij zei hun:
Τοῦτό ἐστιν τὸ αἷμά μου τῆς διαθήκης
‘Dit is mijn bloed van het verbond
τὸ ἐκχυννόμενον ὑπὲρ πολλῶν·
dat vergoten wordt voor velen.

25 ἀμὴν λέγω ὑμῖν ὅτι οὐκέτι οὐ μὴ πίω
Voorwaar, ik zeg jullie dat ik niet meer zal drinken
ἐκ τοῦ γενήματος τῆς ἀμπέλου
van de vrucht van de wijnstok
ἕως τῆς ἡμέρας ἐκείνης ὅταν αὐτὸ πίνω
tot die dag waarop ik hem drink
καινὸν ἐν τῇ βασιλείᾳ τοῦ θεοῦ.
opnieuw in het koninkrijk van God.’

26 Καὶ ὑμνήσαντες
En na de lofzang te hebben gezongen
ἐξῆλθον εἰς τὸ Ὄρος τῶν Ἐλαιῶν.
vertrokken ze naar de Berg van Olijven.

27 Καὶ λέγει αὐτοῖς ὁ Ἰησοῦς
En Jezus zegt hun:
ὅτι Πάντες σκανδαλισθήσεσθε,
‘Allen zullen jullie ten val worden gebracht,
ὅτι γέγραπται, Πατάξω τὸν ποιμένα,
want er staat geschreven: Ik zal de herder doden,
καὶ τὰ πρόβατα διασκορπισθήσονται·
en de schapen zullen verstrooid worden.
28 ἀλλὰ μετὰ τὸ ἐγερθῆναί με
Maar nadat ik ben opgestaan
προάξω ὑμᾶς εἰς τὴν Γαλιλαίαν.
zal ik voor u uitgaan naa Galilea.
29 ὁ δὲ Πέτρος ἔφη αὐτῷ,
‘Maar Petrus zei hem:
Εἰ καὶ πάντες σκανδαλισθήσονται,
‘Ook al zullen allen ten val worden gebracht,
ἀλλ᾽ οὐκ ἐγώ.
ík niet!’

30 καὶ λέγει αὐτῷ ὁ Ἰησοῦς,
En Jezus zegt hem:
Ἀμὴν λέγω σοι ὅτι σὺ σήμερον
‘Voorwaar, ik zeg je dat je heden
ταύτῃ τῇ νυκτὶ πρὶν ἢ δὶς ἀλέκτορα φωνῆσαι
nog deze nacht, vóór tweemaal een haan zal kraaien,
τρίς με ἀπαρνήσῃ.
jij me driemaal zal verloochenen.’

31 ὁ δὲ ἐκπερισσῶς ἐλάλει,
Maar hij, met grote stelligheid, zei:
Ἐὰν δέῃ με συναποθανεῖν σοι,
‘Ook al zou het nodig zijn dat ik stierf met u,
οὐ μή σε ἀπαρνήσομαι.
zelfs dan zal ik u niet verloochenen.
ὡσαύτως δὲ καὶ πάντες ἔλεγον.
Op dezelfde manier spraken allen.

32 Καὶ ἔρχονται εἰς χωρίον οὗ τὸ ὄνομα Γεθσημανί,
Ze komen op een landgoed met de naam Gethsemani. καὶ λέγει τοῖς μαθηταῖς αὐτοῦ,
En hij zegt tegen zijn leerlingen:
Καθίσατε ὧδε ἕως προσεύξωμαι.
‘Ga hier zitten, terwijl ik ga bidden.

33 καὶ παραλαμβάνει τὸν Πέτρον
En hij neemt Petrus
καὶ Ἰάκωβον καὶ Ἰωάννην μετ᾽ αὐτοῦ,
en Jacobus en Johannes met zich mee,
καὶ ἤρξατο ἐκθαμβεῖσθαι καὶ ἀδημονεῖν,
En hij begon angstig en onrustig te worden,
34 καὶ λέγει αὐτοῖς,
en hij zegt hun:
Περίλυπός ἐστιν ἡ ψυχή μου ἕως θανάτου·
‘Zeer bedroefd is mijn ziel, doodsbedroefd.
μείνατε ὧδε καὶ γρηγορεῖτε.
Blijft hier en waakt.’

35 καὶ προελθὼν μικρὸν ἔπιπτεν ἐπὶ τῆς γῆς,
En een eindje verder gegaan viel hij neer op de grond,
καὶ προσηύχετο ἵνα εἰ δυνατόν ἐστιν
en bad: ‘Als het mogelijk is,
παρέλθῃ ἀπ᾽ αὐτοῦ
moge dan voorbij gaan
ἡ ὥρα.’
de voorzorg (over wat komen gaat).

36 καὶ ἔλεγεν, Αββα ὁ πατήρ,
En hij zei: ‘Abba, Vader,
πάντα δυνατά σοι·
alles is mogelijk bij u;
παρένεγκε τὸ ποτήριον τοῦτο ἀπ᾽ ἐμοῦ·
neem weg deze beker van mij;
ἀλλ᾽ οὐ τί ἐγὼ θέλω ἀλλὰ τί σύ.
maar niet wat ik wil, maar wat u wilt.’

37 καὶ ἔρχεται
En hij gaat (naar de apostelen)
καὶ εὑρίσκει αὐτοὺς καθεύδοντας,
en vindt hen slapend.
καὶ λέγει τῷ Πέτρῳ,
En hij zegt tegen Petrus:
Σίμων, καθεύδεις;
‘Simon, slaap je?
οὐκ ἴσχυσας μίαν ὥραν γρηγορῆσαι;
Kon je niet één uur wakker blijven?

38 γρηγορεῖτε καὶ προσεύχεσθε,
Waakt en bidt,
ἵνα μὴ ἔλθητε εἰς πειρασμόν·
opdat je niet komt in beproeving.
τὸ μὲν πνεῦμα πρόθυμον ἡ δὲ σὰρξ ἀσθενής.
De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.’

39 καὶ πάλιν ἀπελθὼν
En weer weggegaan
προσηύξατο τὸν αὐτὸν λόγον εἰπών.
bad hij, dezelfde woorden zeggend.

40 καὶ πάλιν ἐλθὼν
En weer gegaan (naar de apostelen)
εὗρεν αὐτοὺς καθεύδοντας,
vond hij hen slapend,
ἦσαν γὰρ αὐτῶν οἱ ὀφθαλμοὶ καταβαρυνόμενοι,
want hun ogen waren bezwaard,
καὶ οὐκ ᾔδεισαν τί ἀποκριθῶσιν αὐτῷ.
en ze wisten niet wat hem te antwoorden.

41 καὶ ἔρχεται τὸ τρίτον
En hij komt voor de derde keer
καὶ λέγει αὐτοῖς,
en zegt hun:
Καθεύδετε τὸ λοιπὸν
‘Slapen jullie nog steeds
καὶ ἀναπαύεσθε; ἀπέχει·
en rusten jullie uit? Het is zo ver.

ἦλθεν ἡ ὥρα,
Het uur is gekomen,
ἰδοὺ παραδίδοται ὁ υἱὸς τοῦ ἀνθρώπου
zie, overgeleverd wordt de mensenzoon
εἰς τὰς χεῖρας τῶν ἁμαρτωλῶν.
in de handen van de zondaars,

42 ἐγείρεσθε ἄγωμεν·
Sta op, laten we gaan;
ἰδοὺ ὁ παραδιδούς με ἤγγικεν.
zie, degene die mij uitlevert is dichtbij gekomen.

Volgende
Terug

reageer