Go to content Go to navigation Go to search

De ark van Noach (Genesis 6.5 – 8.22) · 1755 dagen geleden by Ad van den Ende

videns autem Deus
God echter, ziende
quod multa malitia hominum esset in terra
dat er veel slechtheid van mensen was op aarde,
et cuncta cogitatio cordis
en alle gedachte van zijn hart
intenta esset ad malum omni tempore
gericht was op het kwade alle tijd,

paenituit eum quod hominem fecisset in terra
speet het hem dat hij de mens gemaakt had op aarde,
et tactus dolore cordis intrinsecus
en getroffen door verdriet, van binnen in zijn hart,
delebo inquit hominem quem creavi
zei hij: ‘Ik zal vernietigen de mens die ik geschapen heb,
a facie terrae
van het aanschijn van de aarde,
ab homine usque ad animantia
vanaf de mens tot de dieren,
a reptili
vanaf het kruipend gedierte
usque ad volucres caeli
tot de vogels van de lucht,
paenitet enim me fecisse eos
het spijt me immers dat ik hen gemaakt heb.

Noe vero invenit gratiam coram Domino
Noach echter vond genade bij de Heer.
hae generationes Noe
Dit is de geschiedenis van Noach.
Noe vir iustus atque perfectus fuit
Noach was een rechtvaardige en volmaakte man
in generationibus suis
onder zijn tijdgenoten.
cum Deo ambulavit
Met God wandelde hij.
et genuit tres filios
En hij verwekte drie zonen:
Sem Ham et Iafeth
Sem, Cham en Jafeth.

corrupta est autem terra
Verdorven is evenwel de aarde
coram Deo
voor het aangezicht van God,
et repleta est iniquitate
en vervuld is zij van ongerechtigheid.
cumque vidisset Deus
En toen God had gezien
terram esse corruptam
dat de aarde verdorven was,
omnis quippe caro corruperat
en alle vlees had verdorven
viam suam super terram
zijn weg op de aarde,
dixit ad Noe
zei hij tegen Noach:
finis universae carnis
‘Het einde van alle vlees
venit coram me
kwam bij me op.
repleta est terra
Vervuld is de aarde
iniquitate a facie eorum
van ongerechtigheid voor hun aangezicht.
et ego disperdam eos
En ik zal hen vernietigen
cum terra
met de aarde.
fac tibi arcam
Maak je een ark
de lignis levigatis
van vlak gemaakte planken,
mansiunculas in arca facies
vakken zul je op de ark maken,
et bitumine linies
en met pek zul je haar bestrijken
intrinsecus et extrinsecus
van binnen en van buiten.
et sic facies eam
En zo zal je haar maken:
trecentorum cubitorum erit
driehonderd el zal zijn
longitudo arcae
de lengte van de ark,
quinquaginta cubitorum latitudo
vijftig el haar breedte
et triginta cubitorum altitudo illius
en dertig el haar hoogte.

fenestram in arca facies (…)
Een venster zul je op de ark maken;

et tristega facies in ea
En drie verdiepingen zul je maken op haar.
ecce ego adducam
Zie, ik zal brengen
diluvii aquas super terram
watervloeden op de aarde
ut interficiam omnem carnem
om te doden alle vlees
in qua spiritus vitae est
waarin de adem van leven is
subter caelum
onder de hemel.
universa quae in terra sunt
allen die er op de aarde zijn
consumentur
zullen omgebracht worden;
ponamque foedus meum tecum
en ik zal mijn verbond sluiten met u,
et ingredieris arcam
en u zal gaan in deark,
tu et filii tui uxor tua
u en uw zonen, uw vrouw
et uxores filiorum tuorum tecum
en de vrouwen van uw zonen met u.
et ex cunctis animantibus
En van alle levenden,
universae carnis
van alle vlees,
bina induces in arcam
zul je er twee brengen in de ark
ut vivant tecum
opdat ze zullen leven met u,
masculini sexus et feminini
van het mannelijk en vrouwelijk geslacht,
de volucribus iuxta genus suum
van het gevogelte naar hun soort,
et de iumentis in genere suo
en van het vee naar hun soort,
et ex omni reptili terrae
en van al het kruipend gedierte van de aarde
secundum genus suum
naar hun soort;
bina de omnibus
telkens twee van allen
ingredientur tecum
zullen aan boord gaan met u
ut possint vivere
opdat zij kunnen leven.
tolles igitur tecum
u zal nemen derhalve met u
ex omnibus escis
van alle spijzen
quae mandi possunt
die gegeten kunnen worden,
et conportabis apud te
en u zal het bijeenbrengen bij u,
et erunt tam tibi
en ze zullen zijn zowel voor u
quam illis in cibum
als voor hen tot spijs.

fecit ergo Noe omnia
Noach deed dus alles
quae praeceperat illi Deus.
wat God hem had opgedragen.

7
7:1
dixitque Dominus ad eum
En de Heer zei tot hem:
ingredere tu
‘Treed binnen, u
et omnis domus tua arcam
en heel uw huis,in de ark;
te enim vidi iustum
u immers zag ik als een rechtvaardige
coram me
voorr mijn aangezicht
in generatione hac
in dit geslacht.
7:2
ex omnibus animantibus mundis
Van alle reine dieren
tolle septena septena
neem zeven paar,
masculum et feminam
mannelijk en vrouwelijk,
de animantibus vero non mundis
maar van de niet-reine dieren
duo duo
(neem daarvan) telkens twee,
masculum et feminam
mannelijk en vrouwelijk.
7:3
sed et de volatilibus caeli
Maar van de vogelen des hemels
septena septena
zeven paar
masculum et feminam
mannelijk en vrouwelijk
ut salvetur semen
opdat behouden blijft hun zaad
super faciem universae terrae
voor het aangezicht van de hele aarde.
7:4
adhuc enim et post dies septem
Vanaf nu na zeven dagen
ego pluam super terram
zal ik het laten regenen op de aarde
quadraginta diebus et quadraginta noctibus
veertig dagen en veertig nachten,
et delebo omnem substantiam
en ik zal vernietigen al het bestaande,
quam feci
dat ik gemaakt heb,
de superficie terrae
van het oppervlak van de aarde.
7:5
fecit ergo Noe omnia
Dus deed Noach alles
quae mandaverat ei Dominus
wat de Heer hem had opgedragen.
7:6
eratque sescentorum annorum
Hij was zeshonderd jaar
quando diluvii aquae
toen de watervloeden
inundaverunt super terram
losbarstten over de aarde.
7:7
et ingressus est Noe
En Noach is gegaan,
et filii eius uxor eius
en zijn zonen, en zijn vrouw,
et uxores filiorum eius cum eo
en de vrouwen van zijn zonen met hem,
in arcam propter aquas diluvii
in de ark vanwege de wateren van de vloed.
7:8
de animantibus quoque mundis et inmundis
Ook van de reine en onreine dieren
et de volucribus
en van de vogels

et ex omni quod movetur
en van alles dat beweegt
super terram
over de aarde
7:9
duo et duo ingressa sunt ad Noe
kkwamen er twee aan twee bij Noach
in arcam masculus et femina
in de ark, mannelijk en vrouwelijk,
sicut praeceperat Deus Noe
zoals God Noach had bevolen.
7:10
cumque transissent septem dies
En toen er zeven dagen waren voorbij gegaan
aquae diluvii
zijn de wateren van de vloed
inundaverunt super terram
losgebarstten over de aarde.
7:11
anno sescentesimo vitae Noe
In het zestigste levensjaar van Noach,
mense secundo
in de tweede maand,
septimodecimo die mensis
op de zeventiende dag van de maand
rupti sunt
zijn opengebroken
omnes fontes abyssi magnae
alle bronnen van de grote afgrond
et cataractae caeli apertae sunt
en zijn de sluizen van de hemel geopend.
7:12
et facta est pluvia super terram
En er ontstond een slagregen op de aarde
quadraginta diebus
veertig dagen
et quadraginta noctibus
en veertig nachten.
7:13
in articulo diei illius
Op het beslisende moment van die dag
ingressus est Noe
is Noach gegaan
et Sem et Ham et Iafeth filii eius
en Sem en Cham en Jafeth, zijn zonen,
uxor illius
zijn vrouw
et tres uxores filiorum eius
en de drie vrouwen van zijn zonen,
cum eis in arcam
samen met hem de ark in.
7:14
ipsi et omne animal secundum genus suum
Zij en ieder dier naar zijn soort,
universaque iumenta in genus suum
en al het vee naar zijn soort,
et omne quod movetur super terram
en al wat zich beweegt op de aarde in genere suo
naar zijn soort
cunctumque volatile secundum genus suum
en al het gevogelte naar zijn soort,
universae aves omnesque volucres
alle vogels en al wat vliegt
7:15
ingressae sunt ad Noe in arcam
zijn gekomen bij Noach in de ark,
bina et bina ex omni carne
twee aan twee van alle vlees
in qua erat spiritus vitae
waarin was de adem van het leven.
7:16
et quae ingressa sunt
En die binnen zijn gegaan
masculus et femina
zijn mannelijk en vrouwelijk
ex omni carne introierunt
uit alle vlees binnen gegaan,
sicut praeceperat ei Deus
zoals God hem bevolen had,
et inclusit eum Dominus de foris
en de Heer sloot hem in van buiten.
7:17
factumque est diluvium
Er ontstond een stortvloed
quadraginta diebus super terram
veertig dagen lang op de aarde
et multiplicatae sunt aquae
en gezwollen zijn de wateren
et elevaverunt arcam
en ze hebben de ark opgetild
in sublime a terra
omhoog van de aarde.
7:18
vehementer inundaverunt
Hevig zijn ze overstroomd
et omnia repleverunt
en alles hebben zij gevuld
in superficie terrae
op het oppervlak van de aarde;
porro arca ferebatur super aquas
verder werd de ark gevoerd over de wateren.
7:19
et aquae praevaluerunt nimis
En de wateren namen geweldig sterk toe
super terram
over de aarde,
opertique sunt omnes montes excelsi
en overdekt zijn alle hoge bergen
sub universo caelo
onder de ganse hemel.
7:20
quindecim cubitis altior fuit aqua
Vijftien el hoger was het water
super montes quos operuerat
boven de bergen die het had overdekt.
7:21
consumptaque est omnis caro
En omgekomen is alle vlees
quae movebatur super terram
dat zich bewoog over de aarde,
volucrum animantium bestiarum
van het gevogelte, het vee,de wilde dieren
omniumque reptilium
en van alle reptielen
quae reptant super terram
die kruipen over de aarde,
universi homines
en alle mensen,
7:22
et cuncta in quibus spiraculum vitae est
en alle waarin de adem van het leven is
in terra mortua sunt
op aarde zijn gestorven.
7:23
et delevit omnem substantiam
En hij verdelgde alles
quae erat super terram
wat er was op de aarde,
ab homine usque ad pecus
van de mens tot het vee,
tam reptile
zowel het kruipend gedierte
quam volucres caeli
als de vogelen des hemels,
et deleta sunt de terra
en weggevaagd zijn zij van de aarde,
remansit autem solus Noe
en Noach bleef alleen over
et qui cum eo erant in arca
en die bij hem waren in de ark.
7:24
obtinueruntque aquae
De wateren hadden de overhand
terras
over de aarde
centum quinquaginta diebus.
honderdvijftig dagen lang.

8
8:1
recordatus autem Deus Noe
Toen herinnerde God zich Noach
cunctarumque animantium
en alle wilde dieren
et omnium iumentorum
en al het vee
quae erant cum eo in arca
dat bij hem was in de ark;
adduxit spiritum super terram
en hij deed een wind strijken over de aarde
et inminutae sunt aquae
en gedaald zijn de wateren.
8:2
et clausi sunt fontes abyssi
En gesloten zijn de bronnen van de afgrond
et cataractae caeli
en de sluizen des hemels,
et prohibitae sunt
en tegengehouden zijn
pluviae de caelo
de stortbuien uit de lucht.
8:3
reversaeque aquae de terra
En de wateren vloeiden weg van de aarde,
euntes et redeuntes
her en der wegstromend,
et coeperunt minui
en ze begonnen te verminderen
post centum quinquaginta dies
na honderdvijftig dagen.
8:4
requievitque arca
En de ark kwam tot stilstand
mense septimo
in de zevende maand
vicesima septima die mensis
op de zevenentwintigste dag van de maand
super montes Armeniae
op de bergen van Armenië.
8:5
at vero aquae ibant
En de wateren gingen
et decrescebant
en namen af
usque ad decimum mensem
tot de tiende maand;
decimo enim mense
in de tiende maand immers,
prima die mensis
op de eerste dag van de maand,
apparuerunt cacumina montium
verschenen de toppen van de bergen.
8:6
cumque transissent quadraginta dies
En toen voorbij gegaan waren veertig dagen,
aperiens Noe fenestram arcae
opende Noach het venster van de ark
quam fecerat dimisit corvum
dat hij gemaakt had en zond een raaf weg,
8:7
qui egrediebatur et revertebatur
die uitvloog en terugkeerde
donec siccarentur aquae super terram
totdat de wateren gdroogd waren op de aarde.
8:8
emisit quoque columbam post eum
Hij zond ook een duif uit na hem,
ut videret si iam cessassent aquae
om te zien of de wateren al afgenomen waren
super faciem terrae
op het aangezicht van de aarde.
8:9
quae cum non invenisset
Omdat zij niet gevonden had
ubi requiesceret pes eius
(een plaats) waar haar pootjes konden rusten,
reversa est ad eum in arcam
is zij teruggekeerd naar hem in de ark.
aquae enim erant
De wateren waren immers
super universam terram
op de hele aarde;
extenditque manum
en hij stak zijn hand uit
et adprehensam
en, haar gegrepen hebbend,
intulit in arcam
nam hij haar in de ark.

8:10
expectatis autem ultra septem diebus aliis
Na nog eens gewacht te hebben zeven dagen
rursum dimisit columbam ex arca
heeft hij opnieuw de duif weggezonden uit de ark.
8:11
at illa venit ad eum ad vesperam
En ze kwam bij hem tegen de avond,
portans ramum olivae virentibus foliis
dragend het takje van een olijf
virentibus foliis
met groene bladeren
in ore suo
in haar bekje.
intellexit ergo Noe
Noach begreep dus
quod cessassent aquae
dat de wateren afgenomen waren
super terram
op de aarde.
8:12
expectavitque nihilominus
Hij wachtte niettemin
septem alios dies
nog eens zeven dagen
et emisit columbam
en zond de duif uit
quae non est reversa ultra ad eum
die niet meer teruggekeerd is naar hem.
8:13
igitur sescentesimo primo anno
Dus in het zeshonderd en eerste jaar,
primo mense
in de eerste maand,
prima die mensis
op de eerste dag van de maand
inminutae sunt aquae super terram
zijn de wateren opgedroogd op de aarde.
et aperiens Noe tectum arcae
En Noach, openend het dak van de ark,
aspexit viditque
keek rond en zag
quod exsiccata esset
dat hij opgedroogd was,
superficies terrae
het oppervlak van de aarde.

8:14
mense secundo
In de tweede maand,
septima et vicesima die mensis
op de zeven en twintigste dag van de maand
arefacta est terra
is de aarde opgedroogd.
8:15
locutus est autem Deus
En God sprak
ad Noe dicens
tot Noach, zeggend:
8:16
egredere de arca
Ga uit de ark,
tu et uxor tua
u en uw vrouw,
filii tui et uxores filiorum tuorum tecum
uw zonen en de vrouwen van uw zonen met u;
8:17
cuncta animantia
alle dieren
quae sunt apud te
die bij u zijn
ex omni carne
van alle vlees,
tam in volatilibus
zowel onder de vogels
quam in bestiis
als onder het vee
et in universis reptilibus
als onder alle kruipende dieren
quae reptant super terram
die kruipen over de aarde.
educ tecum
voer ze met u mee,
et ingredimini super terram
en uitgegaan over de aarde
crescite et multiplicamini super eam
moeten ze groeien en zich vermenigvuldigen op haar.
8:18
egressus est ergo Noe
Noach is dus uit (de ark) gegaan,
et filii eius uxor illius
en zijn zonen, zijn vrouw,
et uxores filiorum eius cum eo
en de vrouwen van zijn zonen met hem.
8:19
sed et omnia animantia
En ook alle dieren,
iumenta et reptilia
het vee en de reptielen
quae repunt super terram
die kruipen over de aarde
secundum genus suum
naar hun geslacht
arcam egressa sunt
zijn de ark uitgegaan.

8:20
aedificavit autem Noe altare
En Noach bouwde een altaar
Domino et tollens de cunctis pecoribus
voor de Heer en, nemend uit alle vee
et volucribus mundis
en reine vogels
obtulit holocausta super altare
en bracht brandoffers op het altaar.
8:21
odoratusque est Dominus
En de Heer heeft geroken
odorem suavitatis
een geur van zachtheid,
et ait ad eum
en Hij zei tot hem:
nequaquam ultra maledicam terrae
Nooit weer zal ik de aarde vervloeken
propter homines
om de mensen.
sensus enim
Het gevoel immers
et cogitatio humani cordis
en het denken van het menselijk hart
in malum prona sunt
zijn op het slechte gericht
ab adulescentia sua
vanaf hun jeugd.
non igitur ultra percutiam
Niet opnieuw dus zal Ik slaan
omnem animantem sicut feci
al wat leeft zoals Ik gedaan heb.
8:22
cunctis diebus terrae
Alle dagen van de aarde
sementis et messis
zullen zaaiing en oogst,
frigus et aestus
koude en hitte,
aestas et hiemps
zomer en winter,
nox et dies
nacht en dag
non requiescent.
niet rusten.

Terug

reageer