Go to content Go to navigation Go to search

Stuur de vrijers weg! · 1653 dagen geleden by Ad van den Ende

τὸν δ᾽ ἐπαλαστήσασα προσηύδα Παλλὰς Ἀθήνη·
Tot hem, zeer kwaad, sprak Pallas Athene:
“ὢ πόποι, ἦ δὴ πολλὸν ἀποιχομένου Ὀδυσῆος
‘Waarachtig! Wel heel erg mis je de weg zijnde Odysseus,
δεύῃ, ὅ κε μνηστῆρσιν ἀναιδέσι χεῖρας ἐφείη.
die de schaamteloze vrijers de handen op zou leggen.
εἰ γὰρ νῦν ἐλθὼν δόμου ἐν πρώτῃσι θύρῃσι
Want als hij nu, gekomen voor aan de deur van het huis,
σταίη, ἔχων πήληκα καὶ ἀσπίδα καὶ δύο δοῦρε,
(daar) zou komen staan, met zijn helm en schild en twee speren,
τοῖος ἐὼν οἷόν μιν ἐγὼ τὰ πρῶτ᾽ ἐνόησα
zó zijnde als ik hem voor het eerst zag
οἴκῳ ἐν ἡμετέρῳ πίνοντά τε τερπόμενόν τε,
in mijn huis, drinkend en zich vermakend,
ἐξ Ἐφύρης ἀνιόντα παρ᾽ Ἴλου Μερμερίδαο—
uit Efyra terugkerend, van Ilos, de zoon van Mermeros;
ᾤχετο γὰρ καὶ κεῖσε θοῆς ἐπὶ νηὸς Ὀδυσσεὺς
want hij ging daarheen op zijn snelle schip, Odysseus,
φάρμακον ἀνδροφόνον διζήμενος, ὄφρα οἱ εἴη
mannen dodend gif zoekend, opdat het er voor hem was
ἰοὺς χρίεσθαι χαλκήρεας· ἀλλ᾽ ὁ μὲν οὔ οἱ
om zijn pijlen met bronzen punten in te smeren, maar hij
δῶκεν, ἐπεί ῥα θεοὺς νεμεσίζετο αἰὲν ἐόντας,
gaf het hem niet, omdat hij de goden vreesde, die eeuwig zijn.
ἀλλὰ πατήρ οἱ δῶκεν ἐμός· φιλέεσκε γὰρ αἰνῶς—
Maar mijn vader gaf het hem; want hij was zeer op hem gesteld.

τοῖος ἐὼν μνηστῆρσιν ὁμιλήσειεν Ὀδυσσεύς·
Och, dat hij zó zijnde zich mengde onder de vrijers, Odysseus!
πάντες κ᾽ ὠκύμοροί τε γενοίατο πικρόγαμοί τε.
Allen zouden snel sterven, op een bittere bruiloft.
ἀλλ᾽ ἦ τοι μὲν ταῦτα θεῶν ἐν γούνασι κεῖται,
Maar dat alles ligt in de schoot van de goden (verborgen),
ἤ κεν νοστήσας ἀποτίσεται, ἦε καὶ οὐκί,
of hij, teruggekeerd, wraak zal nemen of niet,
οἷσιν ἐνὶ μεγάροισι· σὲ δὲ φράζεσθαι ἄνωγα,
in zijn huis; maar ik spoor je aan te bedenken
ὅππως κε μνηστῆρας ἀπώσεαι ἐκ μεγάροιο.
hoe je de vrijers zult wegjagen uit je huis
εἰ δ᾽ ἄγε νῦν ξυνίει καὶ ἐμῶν ἐμπάζεο μύθων·
Maar komaan, luister nu en let goed op mijn woorden:
αὔριον εἰς ἀγορὴν καλέσας ἥρωας Ἀχαιοὺς
na morgen naar de vergaderplaats te hebben geroepen de helden van de Achaiers
μῦθον πέφραδε πᾶσι, θεοὶ δ᾽ ἐπὶ μάρτυροι ἔστων.
deel je je besluit mee aan allen, de goden moeten tot getuigen zijn.

μνηστῆρας μὲν ἐπὶ σφέτερα σκίδνασθαι ἄνωχθι,
Spoor de vrijers aan naar hun (huizen) uiteen te gaan,
μητέρα δ᾽, εἴ οἱ θυμὸς ἐφορμᾶται γαμέεσθαι,
en je moeder, als haar hart begeert te huwen,
ἂψ ἴτω ἐς μέγαρον πατρὸς μέγα δυναμένοιο·
moet teruggaan naar het paleis van haar machtig vermogende vader.
οἱ δὲ γάμον τεύξουσι καὶ ἀρτυνέουσιν ἔεδνα
Zij zullen het huwelijk voorbereiden en de bruidsgeschenken regelen,
πολλὰ μάλ᾽, ὅσσα ἔοικε φίλης ἐπὶ παιδὸς ἕπεσθαι.
zeer veel, zoals gepast is dat zij met een dierbare dochter meegaan.
σοὶ δ᾽ αὐτῷ πυκινῶς ὑποθήσομαι, αἴ κε πίθηαι·
Aan jouzelf zal ik goede raad geven, in de hoop dat je luistert;
νῆ᾽ ἄρσας ἐρέτῃσιν ἐείκοσιν, ἥ τις ἀρίστη,
na een schip te hebben uitgerust met twintig roeiers, dat het beste is,
ἔρχεο πευσόμενος πατρὸς δὴν οἰχομένοιο,
ga om te informeren naar je vader die al lang weg is,
ἤν τίς τοι εἴπῃσι βροτῶν, ἢ ὄσσαν ἀκούσῃς
om te zien of iemand je iets zal zeggen van de mensen, of dat je een gerucht zult horen
ἐκ Διός, ἥ τε μάλιστα φέρει κλέος ἀνθρώποισι.
van Zeus, dat vooral nieuws brengt voor de mensen.

πρῶτα μὲν ἐς Πύλον ἐλθὲ καὶ εἴρεο Νέστορα δῖον,
Ga eerst naar Pylos en vraag de voortreffelijkeNestor,
κεῖθεν δὲ Σπάρτηνδε παρὰ ξανθὸν Μενέλαον·
en vandaar naar Sparta naar de blonde Menelaos.
ὃς γὰρ δεύτατος ἦλθεν Ἀχαιῶν χαλκοχιτώνων.
Want hij kwam als laatste terug van de Achaiers met bronzen chiton.
εἰ μέν κεν πατρὸς βίοτον καὶ νόστον ἀκούσῃς,
als je van het leven en de terugkeer van je vader zult hebben gehoord
ἦ τ᾽ ἂν τρυχόμενός περ ἔτι τλαίης ἐνιαυτόν·
zul je het zeker, al word je gekweld, nog wel een jaar uithouden.
εἰ δέ κε τεθνηῶτος ἀκούσῃς μηδ᾽ ἔτ᾽ ἐόντος,
Als je hoort dat hij dood is en er niet meer is,
νοστήσας δὴ ἔπειτα φίλην ἐς πατρίδα γαῖαν
teruggekeerd vervolgens naar je geliefde vaderland,
σῆμά τέ οἱ χεῦαι καὶ ἐπὶ κτέρεα κτερεΐξαι
werp een grafheuvel voor hem op en breng daarbij dodenoffers
πολλὰ μάλ᾽, ὅσσα ἔοικε, καὶ ἀνέρι μητέρα δοῦναι.
zeer vele, zoveel als passend is, en geef je moeder aan een man.

αὐτὰρ ἐπὴν δὴ ταῦτα τελευτήσῃς τε καὶ ἔρξῃς,
Maar wanneer je dat hebt volbracht en hebt gedaan,
φράζεσθαι δὴ ἔπειτα κατὰ φρένα καὶ κατὰ θυμὸν
overweeg dan vervolgens in je geest en in je hart
ὅππως κε μνηστῆρας ἐνὶ μεγάροισι τεοῖσι
hoe je de vrijers in je paleis
κτείνῃς ἠὲ δόλῳ ἢ ἀμφαδόν· οὐδέ τί σε χρὴ
zult doden, ofwel met list of openlijk; het is niet nodig dat jij
νηπιάας ὀχέειν, ἐπεὶ οὐκέτι τηλίκος ἐσσι.
je kinderachtig gedraagt, omdat je niet meer zo jong bent.

ἢ οὐκ ἀίεις οἷον κλέος ἔλλαβε δῖος Ὀρέστης
Of heb je niet gehoord welke roem heeft verworven de voortreffelijke Orestes,
πάντας ἐπ᾽ ἀνθρώπους, ἐπεὶ ἔκτανε πατροφονῆα,
bij alle mensen, omdat hij doodde de moordenaar van zijn vader,
Αἴγισθον δολόμητιν, ὅ οἱ πατέρα κλυτὸν ἔκτα;
de listige Aigistos, die zijn beroemde vader doodde?
καὶ σύ, φίλος, μάλα γάρ σ᾽ ὁρόω καλόν τε μέγαν τε,
Ook jij, vriend, want ik zie dat je heel mooi en groot bent,
ἄλκιμος ἔσσ᾽, ἵνα τίς σε καὶ ὀψιγόνων ἐὺ εἴπῃ.
wees sterk, opdat ook menigeen van het nageslacht goed van je zal spreken.

1 Athene wekt Telemachus οp zich naar Nestor en Menelaos te begeνen, die reeds uit Trοje zijn teruggekeerd, οm daar naνraag te dοen naar zijn νader.
2 Telemachus rοept een νοlksνergadering bijeen, waarin hij zich bitter beklaagt over het dοen en laten van de νrijers. Hij νraagt οm bescherming en hulp van zijn medeburgers. Βονendien eist hij het νertrek van de νrijers. Zij weigeren echter aan dit νerzοek te νοldοen. Οp Telemachus’ gebed νerschijnt de gοdin Athene in de gedaante van Mentes en belοοft hem een schip en makkers νοοr de reis. Νa de nοοdzakelijke νοοrbereidingen νertrekken zij met gunstige wind.
3 Aankοmst te Pylus, de residentie van Nestor. Daar Nestor geen uitsluitsel kan geνen over de lοtgeνallen van Odysseus adνiseert hij Telemachus οm naar Lacedaemοn, naar Menelaos te reizen. De νοlgende οchtend begeeft Telemachus zich νergezeld door Νestοrs zoοn Pisistratus naar Lacedaemοn.
4 Νa aankοmst en οntνangst in het paleis van Menelaos νertelt deze van zijn οntmοeting met de zeegοd Prοteus, die hem inlichtte over het wel en wee van νele Griekse helden. Van hem hοοrde hij οοk dat Odysseus zich nog οp het eiland van de nimf Calypsο beνond. Daarna νerplaatst de dichter οns weer naar Ithaca waar de νrijers een aanslag op Telemachus νοοrbereiden.
5 Hermes brengt aan Calypsο het bevel van Zeus over οm Odysseus te laten νertrekken. Met behulp van Calypsο bοuwt Odysseus een vlot waarmee hij in zee steekt. Bijna aan land gekοmen wordt hij door de uit Aethiοpië terugkerende Poseidon οpgemerkt. Poseidon brengt de zee in berοering. Odysseus wοrdt van het νlοt geslingerd. Gehοlpen door de wοnderkracht van de hοοfddοek νan de zeegοdin Leucοthea bereikt hij het land. Νa de hοοfddοek weer aan de zee te hebben tοeνertrοuwd νalt hij οp Scheria, het eiland van de Phaeaken, νerbοrgen in het struikgewas, in slaap.

Volgende
Terug