Go to content Go to navigation Go to search

Het Laatste Avondmaal · 1753 dagen geleden by Ad van den Ende

Jezus wist heel goed dat veel profeten door Gods volk gedood waren. Hij was er zich van bewust dat hij, als Messias, datzelfde lot moest ondergaan. Tegen de Farizeeërs en wetgeleerden zegt hij:

Lucas 11, 47- 51
47  οὐαὶ ὑμῖν, ὅτι οἰκοδομεῖτε τὰ μνημεῖα τῶν προφητῶν,
Wee u, omdat u de graftomben van de profeten bouwt.
οἱ δὲ πατέρες ὑμῶν ἀπέκτειναν αὐτούς.
terwijl jullie voorvaderen hen doodden.
48  ἄρα μάρτυρές ἐστε
Jullie zijn er getuigen van
καὶ συνευδοκεῖτε τοῖς ἔργοις τῶν πατέρων ὑμῶν,
en jullie stemmen in met de daden van jullie voorvaderen
ὅτι αὐτοὶ μὲν ἀπέκτειναν αὐτοὺς
want zij doodden hen
ὑμεῖς δὲ οἰκοδομεῖτε.
en jullie bouwen (de graftomben)!

49  διὰ τοῦτο καὶ ἡ σοφία τοῦ θεοῦ εἶπεν,
Daarom ook zei de wijsheid van God:
Ἀποστελῶ εἰς αὐτοὺς
‘Naar hen zal ik sturen
προφήτας καὶ ἀποστόλους,
profeten en apostelen,
καὶ ἐξ αὐτῶν ἀποκτενοῦσιν καὶ διώξουσιν,
en (velen) van hen zullen ze doden en vervolgen,
50  ἵνα ἐκζητηθῇ
en er zal genoegdoening worden geeist
τὸ αἷμα πάντων τῶν προφητῶν
voor het bloed van alle profeten
τὸ ἐκκεχυμένον ἀπὸ καταβολῆς κόσμου
dat is vergoten vanaf de grondvesting van de wereld,
ἀπὸ τῆς γενεᾶς ταύτης,
vanf die generatie,
51  ἀπὸ αἵματος Ἅβελ
vanaf het bloed van Abel
ἕως αἵματος Ζαχαρίου τοῦ ἀπολομένου
tot het bloed van Zacharias die omkwam
μεταξὺ τοῦ θυσιαστηρίου καὶ τοῦ οἴκου·
tussen het brandofferaltaar en de tempel.
ναί, λέγω ὑμῖν,
Ja, ik zeg jullie
ἐκζητηθήσεται
er zal genoegdoening worden geeist
ἀπὸ τῆς γενεᾶς ταύτης.
vanaf die generatie.”

Over de oorsprong van het Paasfeest lezen we bij Exodus:

Exodus 12, 1 – 14

“1 Εἶπεν δὲ κύριος πρὸς Μωυσῆν καὶ Ααρων
De Heer sprak tot Mozes en Aäron
ἐν γῇ Αἰγύπτου λέγων
in het land Egypte, zeggend:
’2 Ὁ μὴν οὗτος ὑμῖν ἀρχὴ μηνῶν,
Deze maand zij voor u het begin van de maanden,
πρῶτός ἐστιν ὑμῖν ἐν τοῖς μησὶν τοῦ ἐνιαυτοῦ.
de eerste zij het voor u onder de maanden van het jaar.

3 λάλησον πρὸς πᾶσαν συναγωγὴν
Spreek tot de gehele gemeenschap
υἱῶν Ισραηλ
van de zonen van Israël,
λέγων Τῇ δεκάτῃ τοῦ μηνὸς τούτου
zeggend: ‘Op de tiende van deze maand
λαβέτωσαν ἕκαστος πρόβατον
kieze elk een lam of bokje
κατ᾽ οἴκους πατριῶν,
in de huizen van de voorvaderen,
ἕκαστος πρόβατον κατ᾽ οἰκίαν.
ieder een lam of bokje per huis.
(…)
5 πρόβατον τέλειον ἄρσεν
Een mannelijk dier zonder gebrek,
ἐνιαύσιον ἔσται ὑμῖν·
één jaar oud zij het voor jullie;
ἀπὸ τῶν ἀρνῶν καὶ τῶν ἐρίφων λήμψεσθε.
uit de schapen of geiten moeten jullie het nemen,
6 καὶ ἔσται ὑμῖν διατετηρημένον
en het moet door jullie apart worden gehouden
ἕως τῆς τεσσαρεσκαιδεκάτης τοῦ μηνὸς τούτου,
tot de veertiende van deze maand,
καὶ σφάξουσιν αὐτὸ
en zij slachten het,
πᾶν τὸ πλῆθος συναγωγῆς
geheel de verzamelde gemeenschap
υἱῶν Ισραηλ πρὸς ἑσπέραν.
van de zonen van Israël, tegen de avond,
7 καὶ λήμψονται ἀπὸ τοῦ αἵματος
en zij zullen nemen (iets) van het bloed
καὶ θήσουσιν ἐπὶ τῶν δύο σταθμῶν
en het strijken tegen de twee deurposten
καὶ ἐπὶ τὴν φλιὰν ἐν τοῖς οἴκοις,
en tegen de bovendorpel van de huizen
ἐν οἷς ἐὰν φάγωσιν αὐτὰ ἐν αὐτοῖς.
waarin zij het eten onder elkaar.

8 καὶ φάγονται τὰ κρέα τῇ νυκτὶ ταύτῃ·
En zij eten het vlees die nacht,
ὀπτὰ πυρὶ καὶ ἄζυμα
geroosterd in het vuur met ongedesemd brood
ἐπὶ πικρίδων ἔδονται.
en bittere kruiden zullen ze het eten.
(…)

11 οὕτως δὲ φάγεσθε αὐτό·
Zo zullen jullie het eten:
αἱ ὀσφύες ὑμῶν περιεζωσμέναι,
jullie gordels omgeslagen,
καὶ τὰ ὑποδήματα ἐν τοῖς ποσὶν ὑμῶν,
en de sandalen onder jullie voeten,
καὶ αἱ βακτηρίαι ἐν ταῖς χερσὶν ὑμῶν·
en de staf in jullie hand,
καὶ ἔδεσθε αὐτὸ μετὰ σπουδῆς·
en jullie moeten eten in haast:
πασχα ἐστὶν κυρίῳ.
het is het Paasmaal voor de Heer.

12 καὶ διελεύσομαι ἐν γῇ Αἰγύπτῳ
En ik zal rondgaan in het Egyptisch land
ἐν τῇ νυκτὶ ταύτῃ
in die nacht;
καὶ πατάξω πᾶν πρωτότοκον
en ik zal doden elke eersgeborene
ἐν γῇ Αἰγύπτῳ
in het Egyptisch land
ἀπὸ ἀνθρώπου ἕως κτήνους
van de mens tot het dier,
καὶ ἐν πᾶσι τοῖς θεοῖς τῶν Αἰγυπτίων
en onder alle goden van de Egyptenaren
ποιήσω τὴν ἐκδίκησιν· ἐγὼ κύριος.
zal ik wraak nemen, ik, de Heer.

13 καὶ ἔσται τὸ αἷμα ὑμῖν
En het bloed zal zijn voor jullie
ἐν σημείῳ ἐπὶ τῶν οἰκιῶν,
tot een teken onder de huizen
ἐν αἷς ὑμεῖς ἐστε ἐκεῖ,
waarin jullie zijn, daar.
καὶ ὄψομαι τὸ αἷμα
En ik zal het bloed zien,
καὶ σκεπάσω ὑμᾶς,
en ik zal jullie ontzien,
καὶ οὐκ ἔσται ἐν ὑμῖν
en onder jullie zal niet zijn
πληγὴ τοῦ ἐκτριβῆναι,
de plaag van het uitroeien
ὅταν παίω ἐν γῇ Αἰγύπτῳ.
wanneer ik toesla in het land Egypte.

14 καὶ ἔσται ἡ ἡμέρα ὑμῖν αὕτη μνημόσυνον,
Die dag zal voor jullie een gedenkdag zijn
καὶ ἑορτάσετε αὐτὴν ἑορτὴν κυρίῳ
en vier haar als een feest voor de Heer,
εἰς πάσας τὰς γενεὰς ὑμῶν·
tot al jullie geslachten;
νόμιμον αἰώνιον, ἑορτάσετε αὐτήν.
(dit is) een eeuwig voorschrift, vier haar!”

Marcus 14 , 17-21
17 Καὶ ὀψίας γενομένης
Als het laat geworden is
ἔρχεται μετὰ τῶν δώδεκα.
komt hij met de twaalf.
18 καὶ ἀνακειμένων αὐτῶν
Toen zij aanlagen
καὶ ἐσθιόντων
en aten
ὁ Ἰησοῦς εἶπεν,
zei Jezus:
Ἀμὴν λέγω ὑμῖν
‘Voorwaar, ik zeg jullie
ὅτι,εἷς ἐξ ὑμῶν παραδώσει με
dat één van jullie me zal verraden,
ὁ ἐσθίων μετ᾽ ἐμοῦ.
die eet met mij.’

19
ἤρξαντο λυπεῖσθαι
Ze begonnen verdrietig te worden
καὶ λέγειν αὐτῷ
en tegen hem te zeggen,
εἷς κατὰ εἷς, Μήτι ἐγώ;
één voor één: “Ik toch niet?”

20
ὁ δὲ εἶπεν αὐτοῖς, ,
Maar hij zei hun:
Εἷς [ἐκ] τῶν δώδεκα
‘Een van (jullie) twaalf,
ὁ ἐμβαπτόμενος μετ᾽ ἐμοῦ
die doopt met mij
εἰς τὸ τρύβλιον.
in de schaal.

21
ὅτι ὁ μὲν υἱὸς τοῦ ἀνθρώπου
De mensenzoon
ὑπάγει
gaat wel heen
καθὼς γέγραπται περὶ αὐτοῦ,
zoals geschreven is over hem,
οὐαὶ δὲ τῷ ἀνθρώπῳ ἐκείνῳ
maar wee die mens
δι᾽ οὗ ὁ υἱὸς τοῦ ἀνθρώπου
door wie de mensenzoon
παραδίδοται·
wordt overgeleverd.

καλὸν αὐτῷ
(Het zou) goed (zijn) voor hem
εἰ οὐκ ἐγεννήθη
als hij niet was geboren,
ὁ ἄνθρωπος ἐκεῖνος.
die mens.’

Johannes 17

1  Ταῦτα ἐλάλησεν Ἰησοῦς,
Die woorden sprak Jezus
καὶ ἐπάρας τοὺς ὀφθαλμοὺς αὐτοῦ
en zijn ogen opheffend
εἰς τὸν οὐρανὸν εἶπεν,
naar de hemel zei hij:
Πάτερ, ἐλήλυθεν ἡ ὥρα·
Vader, het uur is gekomen;
δόξασόν σου τὸν υἱόν,
verheerlijk uw zoon,
ἵνα ὁ υἱὸς δοξάσῃ σέ,
opdat uw zoon u verheerlijkt;
2  καθὼς ἔδωκας αὐτῷ ἐξουσίαν
zoals u hem macht gaf
πάσης σαρκός,
over alle leven,
ἵνα πᾶν ὃ δέδωκας αὐτῷ
opdat alles dat u hem hebt gegeven,
δώσῃ αὐτοῖς ζωὴν αἰώνιον.
hun het eeuwige leven zou geven.

3  αὕτη δέ ἐστιν ἡ αἰώνιος ζωή,
Dit is het eeuwige leven:
ἵνα γινώσκωσιν σὲ
dat zij u kennen,
τὸν μόνον ἀληθινὸν θεὸν
de enig ware God,
καὶ ὃν ἀπέστειλας
en die u gezonden hebt:
Ἰησοῦν Χριστόν.
Jezus de gezalfde.

4  ἐγώ σε ἐδόξασα ἐπὶ τῆς γῆς,
Ik heb u verheerlijkt op de aarde,
τὸ ἔργον τελειώσας
ik heb het werk voltooid
ὃ δέδωκάς μοι
dat u mij gegeven hebt
ἵνα ποιήσω·
dat ik zou doen.

5  καὶ νῦν δόξασόν με σύ, πάτερ,
En nu, verheerlijk u mij, vader,
παρὰ σεαυτῷ τῇ δόξῃ
bij u met de eer
ᾗ εἶχον πρὸ τοῦ τὸν κόσμον εἶναι παρὰ σοί.
die ik had bij u vóór de wereld er was.

6  Ἐφανέρωσά σου τὸ ὄνομα
Ik heb uw naam belend gemaakt
τοῖς ἀνθρώποις οὓς ἔδωκάς μοι ἐκ τοῦ κόσμου.
aan de mensen die u mij gaf uit de wereld;
σοὶ ἦσαν
zij waren van u
κἀμοὶ αὐτοὺς ἔδωκας,
en u hebt hen aan mij toevertrouwd,
καὶ τὸν λόγον σου τετήρηκαν.
en zij hebben uw boodschap aanvaard.

7  νῦν ἔγνωκαν ὅτι πάντα
Nu weten zij dat alles
ὅσα δέδωκάς μοι παρὰ σοῦ εἰσιν·
dat u mij gegeven hebt van u komt.
8  ὅτι τὰ ῥήματα ἃ ἔδωκάς μοι
Want de woorden die u mij gaf
δέδωκα αὐτοῖς,
heb ik hun gegeven,
καὶ αὐτοὶ ἔλαβον
en zij hebben ze aanvaard,
καὶ ἔγνωσαν ἀληθῶς
en zij erkenden naar waarheid
ὅτι παρὰ σοῦ ἐξῆλθον,
dat ik van u kwam,
καὶ ἐπίστευσαν
en zij geloven
ὅτι σύ με ἀπέστειλας.
dat u mij hebt gezonden.

9  ἐγὼ περὶ αὐτῶν ἐρωτῶ·
Ik bid voor hen;
οὐ περὶ τοῦ κόσμου ἐρωτῶ
niet voor de wereld bid ik
ἀλλὰ περὶ ὧν δέδωκάς μοι,
maar voor hen die u mij hebt gegeven,
ὅτι σοί εἰσιν,
omdat zij van u zijn.

10  καὶ τὰ ἐμὰ πάντα σά ἐστιν
En het mijne is geheel van u,
καὶ τὰ σὰ ἐμά,
en het uwe is het mijne,
καὶ δεδόξασμαι ἐν αὐτοῖς.
en in hen ben ik verheerlijkt.

11  καὶ οὐκέτι εἰμὶ ἐν τῷ κόσμῳ,
En ik zal niet meer in de wereld zijn,
καὶ αὐτοὶ ἐν τῷ κόσμῳ εἰσίν,
maar zij zijn in de wereld,
κἀγὼ πρὸς σὲ ἔρχομαι.
en ik ga naar u.

Πάτερ ἅγιε,
Heilige Vader,
τήρησον αὐτοὺς ἐν τῷ ὀνόματί σου
bescherm hen in uw naam
ᾧ δέδωκάς μοι,
die u mij gegeven hebt,
ἵνα ὦσιν ἓν καθὼς ἡμεῖς.
opdat zij één zijn zoals wij.

12  ὅτε ἤμην μετ᾽ αὐτῶν
Toen ik met hen was
ἐγὼ ἐτήρουν αὐτοὺς ἐν τῷ ὀνόματί σου
beschermde ik hen in uw naam
ᾧ δέδωκάς μοι, καὶ ἐφύλαξα,
die u mij toevetrouwde, en ik beschermde hen,
καὶ οὐδεὶς ἐξ αὐτῶν ἀπώλετο
en niemand van hen is verloren gegaan
εἰ μὴ ὁ υἱὸς τῆς ἀπωλείας,
behalve de zoon van het verderf,
ἵνα ἡ γραφὴ πληρωθῇ.
opdat de schrift vervuld zou worden.

13  νῦν δὲ πρὸς σὲ ἔρχομαι,
Maar nu ga ik naar u
καὶ ταῦτα λαλῶ ἐν τῷ κόσμῳ
en dit zeg ik in de wereld
ἵνα ἔχωσιν τὴν χαρὰν τὴν ἐμὴν
opdat zij mijn blijdschap hebben,
πεπληρωμένην ἐν αὑτοῖς.
in hen vervuld.

14  ἐγὼ δέδωκα αὐτοῖς τὸν λόγον σου,
Ik heb hun uw boodschap doorgegeven,
καὶ ὁ κόσμος ἐμίσησεν αὐτούς,
en de wereld haatte hen
ὅτι οὐκ εἰσὶν ἐκ τοῦ κόσμου
want zij zijn niet van de wereld
καθὼς ἐγὼ οὐκ εἰμὶ ἐκ τοῦ κόσμου.
zoals ook ik niet van de wereld ben.

15  οὐκ ἐρωτῶ ἵνα ἄρῃς αὐτοὺς ἐκ τοῦ κόσμου
Ik vraag niet dat u hen uit de wereld neemt
ἀλλ᾽ ἵνα τηρήσῃς αὐτοὺς ἐκ τοῦ πονηροῦ.
maar dat u hen beschermt tegen de boze.

16  ἐκ τοῦ κόσμου οὐκ εἰσὶν
Zij zijn niet van de wereld,
καθὼς ἐγὼ οὐκ εἰμὶ ἐκ τοῦ κόσμου.
zoals ik niet van de wereld ben.

17  ἁγίασον αὐτοὺς ἐν τῇ ἀληθείᾳ·
Heilig hen in de waarheid;
ὁ λόγος ὁ σὸς ἀλήθειά ἐστιν.
Uw woord is waarheid.

18  καθὼς ἐμὲ ἀπέστειλας εἰς τὸν κόσμον,
Zoals u mij naar de wereld hebt gezonden,
κἀγὼ ἀπέστειλα αὐτοὺς εἰς τὸν κόσμον·
zo zond ook ik hen naar de wereld.
19  καὶ ὑπὲρ αὐτῶν [ἐγὼ] ἁγιάζω ἐμαυτόν,
En voor hen offer ik mijzelf op,
ἵνα ὦσιν καὶ αὐτοὶ ἡγιασμένοι ἐν ἀληθείᾳ.
opdat ook zij geheiligd zijn in de waarheid.

20  Οὐ περὶ τούτων δὲ ἐρωτῶ μόνον,
Niet voor hen alleen bid ik u,
ἀλλὰ καὶ περὶ τῶν πιστευόντων
maar ook voor degenen die geloven
διὰ τοῦ λόγου αὐτῶν εἰς ἐμέ,
in mij door hun verkondiging,
21  ἵνα πάντες ἓν ὦσιν,
opdat allen één zijn,
καθὼς σύ, πάτερ, ἐν ἐμοὶ κἀγὼ ἐν σοί,
zoals u, vader, in mij en ik in u,
ἵνα καὶ αὐτοὶ ἐν ἡμῖν ὦσιν,
opdat ook zij in ons een zijn,
ἵνα ὁ κόσμος πιστεύῃ
opdat de wereld gelooft
ὅτι σύ με ἀπέστειλας.
dat u mij hebt gezonden.

22  κἀγὼ τὴν δόξαν ἣν δέδωκάς μοι
De glorie die u mij hebt gegeven
δέδωκα αὐτοῖς,
heb ik aan hen geeven,
ἵνα ὦσιν ἓν καθὼς ἡμεῖς ἕν,
opdat zij één zijn zoals wij één zijn,
23  ἐγὼ ἐν αὐτοῖς
ik in hen
καὶ σὺ ἐν ἐμοί,
en u in mij,
ἵνα ὦσιν τετελειωμένοι εἰς ἕν,
opdat zij volmaakt één zijn,
ἵνα γινώσκῃ ὁ κόσμος
opdat de wereld weet
ὅτι σύ με ἀπέστειλας
dat u mij hebt gezonden
καὶ ἠγάπησας αὐτοὺς
en hen hebt liefgehad
καθὼς ἐμὲ ἠγάπησας.
zoals u mij hebt liefgehad.

24  Πάτερ, (…)
Vader,
θέλω ἵνα ὅπου εἰμὶ ἐγὼ
ik wil dat waar ik ben
κἀκεῖνοι ὦσιν μετ᾽ ἐμοῦ,
ook zij zijn met mij,
ἵνα θεωρῶσιν τὴν δόξαν τὴν ἐμὴν
opdat zij mijn glorie zien
ἣν δέδωκάς μοι,
die u mij gegeven hebt,
ὅτι ἠγάπησάς με
omdat u mij hebt liefgehad
πρὸ καταβολῆς κόσμου.
voor de grondvesting van de wereld.

25  πάτερ δίκαιε,
Rechtvaardige Vader,
καὶ ὁ κόσμος σε οὐκ ἔγνω,
de wereld kende u niet,
ἐγὼ δέ σε ἔγνων,
maar ik kende u,
καὶ οὗτοι ἔγνωσαν
en dezen weten
ὅτι σύ με ἀπέστειλας,
dat u mij hebt gezonden,
26  καὶ ἐγνώρισα αὐτοῖς
en ik heb hun leren kennen
τὸ ὄνομά σου
uw naam,
καὶ γνωρίσω,
en ik zal die blijven bekend maken,
ἵνα ἡ ἀγάπη ἣν ἠγάπησάς με
opdat de liefde die u mij toedroeg
ἐν αὐτοῖς ᾖ κἀγὼ ἐν αὐτοῖς.
in hen is en ik in hen.

Marcus 14, 22- 26

22
Καὶ ἐσθιόντων αὐτῶν
En terwijl zij aten,
λαβὼν ἄρτον
na brood genomen te hebben,
εὐλογήσας
een zegengebed te hebben uitgesproken,
ἔκλασεν καὶ ἔδωκεν αὐτοῖς
brak hij het en hij gaf het aan hen,
καὶ εἶπεν,
en zei:
Λάβετε, τοῦτό ἐστιν τὸ σῶμά μου.
‘Neemt, dit is mijn lichaam.’

23
καὶ λαβὼν ποτήριον
En na genomen te hebben een beker,
εὐχαριστήσας
een dankgebed gesproken te hebben,
ἔδωκεν αὐτοῖς,
gaf hij (de beker) aan hen,
καὶ ἔπιον ἐξ αὐτοῦ πάντες.
en zij dronken daaruit allen.

24
καὶ εἶπεν αὐτοῖς,
En hij zei hun:
Τοῦτό ἐστιν τὸ αἷμά μου τῆς διαθήκης
‘Dit is mijn bloed van het verbond
τὸ ἐκχυννόμενον ὑπὲρ πολλῶν·
dat vergoten wordt voor velen.

25
ἀμὴν λέγω ὑμῖν
Voorwaar, ik zeg jullie
ὅτι οὐκέτι οὐ μὴ πίω
dat ik niet meer zal drinken
ἐκ τοῦ γενήματος τῆς ἀμπέλου
van de vrucht van de wijnstok
ἕως τῆς ἡμέρας ἐκείνης
tot die dag
ὅταν αὐτὸ πίνω
waarop ik hem drink
καινὸν ἐν τῇ βασιλείᾳ τοῦ θεοῦ.
opnieuw in het koninkrijk van God.’

26
Καὶ ὑμνήσαντες
En na de lofzang te hebben gezongen
ἐξῆλθον εἰς τὸ Ὄρος τῶν Ἐλαιῶν.
vertrokken ze naar de Berg van Olijven.

(Jesaia 53, 4-6)
Tijdens zjn afscheidsmaal zegt Jezus: ‘Dit is mijn bloed van het verbond dat vergoten wordt voor velen.” Hier sprak hij over zijn naderende dood. Hij wist ongetwijfeld wat de profeet Jesaja in hoofdstuk 53 had geschreven:
(Jesaia 53, 4-6)
“4 οὗτος τὰς ἁμαρτίας ἡμῶν φέρει
Hij draagt onze zonden
καὶ περὶ ἡμῶν ὀδυνᾶται,
en om ons lijdt hij.
καὶ ἡμεῖς ἐλογισάμεθα αὐτὸν εἶναι ἐν πόνῳ
En wij dachten dat hij ziek was
καὶ ἐν πληγῇ καὶ ἐν κακώσει.
en verdriet had en mishandeld werd;
5 αὐτὸς δὲ ἐτραυματίσθη
maar hij werd doorboord
διὰ τὰς ἀνομίας ἡμῶν
om onze ongerechtigheden,
καὶ μεμαλάκισται διὰ τὰς ἁμαρτίας ἡμῶν·
en gebroken om onze zonden.
παιδεία εἰρήνης ἡμῶν ἐπ᾽ αὐτόν,
De opvoeding tot onze vrede (berustte) op hem,
τῷ μώλωπι αὐτοῦ ἡμεῖς ἰάθημεν.
 door zijn striemen zijn wij genezen.

6 πάντες ὡς πρόβατα ἐπλανήθημεν,
Allen dwaalden wij rond als schapen,
ἄνθρωπος τῇ ὁδῷ αὐτοῦ ἐπλανήθη·
man voor man zocht zijn eigen weg,
καὶ κύριος παρέδωκεν αὐτὸν
en de Heer overlaadde hem
ταῖς ἁμαρτίαις ἡμῶν. 
met onze misdaden.”

Volgende
Terug