Go to content Go to navigation Go to search

Begin van de Medea · 1605 dagen geleden by Ad van den Ende

Proloog 1-130

Voedster
Εἴθ᾽ ὤφελ᾽ Ἀργοῦς μὴ διαπτάσθαι σκάφος
Och was het schip van de Argo maar nooit gevlogen
Κόλχων ἐς αἶαν κυανέας Συμπληγάδας,
naar het land van de Kolchiërs door de donkere Symplegaden,
μηδ᾽ ἐν νάπαισι Πηλίου πεσεῖν ποτε
noch in de dalen van het Peliongebergte ooit gevallen
τμηθεῖσα πεύκη, μηδ᾽ ἐρετμῶσαι χέρας
na te zijn omgehakt de denneboom, en had hij maar niet van roeiriemen voorzien de handen
5
ἀνδρῶν ἀρίστων, οἳ τὸ πάγχρυσον δέρος
van de zeer dappere mannen, die de algouden vacht
Πελίαι μετῆλθον. οὐ γὰρ ἂν δέσποιν᾽ ἐμὴ
voor Pelias gingen halen. Immers niet zou mijn meesteres
Μήδεια πύργους γῆς ἔπλευσ᾽ Ἰωλκίας
Medea naar de burchten van het land van Jolkos zijn gevaren,
ἔρωτι θυμὸν ἐκπλαγεῖσ᾽ Ἰάσονος·
door liefde in haar hart buiten zichzelf geraakt voor Jason.
οὐδ᾽ ἂν κτανεῖν πείσασα Πελιάδας κόρας
zij zou niet, na de dochters van Pelias overgehaald te hebben te doden
10
πατέρα κατώικει τήνδε γῆν Κορινθίαν
hun vader, bewonen dit Corinthische land
ξὺν ἀνδρὶ καὶ τέκνοισιν, ἁνδάνουσα μὲν
met haar man en kinderen, maar geliefd zijnde
φυγῆι πολιτῶν ὧν ἀφίκετο χθόνα,
door een vlucht bij de burgers van wie zij het land bereikte,
αὐτή τε πάντα ξυμφέρουσ᾽ Ἰάσονι·
en zelf in alles het eens zijnde met Jason.
ἥπερ μεγίστη γίγνεται σωτηρία,
iets wat de grootste zekerheid is.
15
ὅταν γυνὴ πρὸς ἄνδρα μὴ διχοστατῆι.
wanneer de vrouw met haar man niet in onmin leeft.
νῦν δ᾽ ἐχθρὰ πάντα, καὶ νοσεῖ τὰ φίλτατα.
maar nu zijn zij vijandig in alles en is de innige verstandhouding verziekt.
προδοὺς γὰρ αὑτοῦ τέκνα δεσπότιν τ᾽ ἐμὴν
Want na verraden te hebben zijn eigen kinderen en mijn meesteres
γάμοις Ἰάσων βασιλικοῖς εὐνάζεται,
slaapt Jason met een koningsdochter,
γήμας Κρέοντος παῖδ᾽, ὃς αἰσυμνᾶι χθονός·
na gehuwd te hebben de dochter van Kreoon, die heerst over dit land;
20
Μήδεια δ᾽ ἡ δύστηνος ἠτιμασμένη
Medea, de ongelukkige, vernederd,
βοᾶι μὲν ὅρκους, ἀνακαλεῖ δὲ δεξιᾶς,
roept zijn eden in herinnering, zij roept aan zijn belofte,
πίστιν μεγίστην, καὶ θεοὺς μαρτύρεται
de grootste belofte van trouw, en roept goden tot getuigen
οἵας ἀμοιβῆς ἐξ Ἰάσονος κυρεῖ.
wat voor een dank zij van Jason krijgt.

κεῖται δ᾽ ἄσιτος, σῶμ᾽ ὑφεῖσ᾽ ἀλγηδόσι,
Zij ligt zonder eten, haar lichaam overgevend aan verdriet,
25
τὸν πάντα συντήκουσα δακρύοις χρόνον,
wegsmeltend in tranen de hele tijd,
ἐπεὶ πρὸς ἀνδρὸς ἤισθετ᾽ ἠδικημένη,
omdat zij merkte dat zij door haar man onrechtvaardig behandelt is,
οὔτ᾽ ὄμμ᾽ ἐπαίρουσ᾽ οὔτ᾽ ἀπαλλάσσουσα γῆς
noch haar ogen opslaand noch losmakend van de grond
πρόσωπον· ὡς δὲ πέτρος ἢ θαλάσσιος
haar aangezicht; als een rotsblok of een zee-
κλύδων ἀκούει νουθετουμένη φίλων·
golf luistert zij naar vrienden, als zij wordt vermaand.
30
ἢν μή ποτε στρέψασα πάλλευκον δέρην
behalve als zij soms, na gedraaid te hebben haar sneeuwwitte hals,
αὐτὴ πρὸς αὑτὴν πατέρ᾽ ἀποιμώξηι φίλον
zij zelf bij zichzelf haar dierbare vader bejammert
καὶ γαῖαν οἴκους θ᾽, οὓς προδοῦσ᾽ ἀφίκετο
en haar land en huis, en dat verraden hebbend kwam zij aan
μετ᾽ ἀνδρὸς ὅς σφε νῦν ἀτιμάσας ἔχει.
met de man die haar nu in een vernederende positie houdt.
ἔγνωκε δ᾽ ἡ τάλαινα συμφορᾶς ὕπο
De ongelukkige heeft door haar ongeluk ingezien
35
οἷον πατρώιας μὴ ἀπολείπεσθαι χθονός.
wat het is niet gescheiden te worden van je vaderland
στυγεῖ δὲ παῖδας οὐδ᾽ ὁρῶσ᾽ εὐφραίνεται.
Zij haat haar kinderen, hen ziende verheugt zij zich niet.
δέδοικα δ᾽ αὐτὴν μή τι βουλεύσηι νέον·
Ik vrees dat zij iets ongehoords beraamt;
βαρεῖα γὰρ φρήν, οὐδ᾽ ἀνέξεται κακῶς
want bezwaard is haar hart, zij zal het niet verdragen slecht
πάσχουσ᾽· ἐγὦιδα τήνδε, δειμαίνω τέ νιν
behandeld te worden; ik ken haar, en ik vrees dat zij
40
μὴ θηκτὸν ὤσηι φάσγανον δι᾽ ἥπατος,
een scherp zwaard zal stoten door de lever,
σιγῆι δόμους ἐσβᾶσ᾽, ἵν᾽ ἔστρωται λέχος,
na in stilte het huis binnen te zijn gegaan, waar het bed is gespreid,
ἢ καὶ τύραννον τόν τε γήμαντα κτάνηι,
of ook de heerser en de bruidegom zal doden,
κἄπειτα μείζω συμφορὰν λάβηι τινά.
en dat zij vervolgens een groter ongeluk krijgt.
δεινὴ γάρ· οὔτοι ῥαιδίως γε συμβαλὼν
want vreeswekkend is zij; en zeker niet gemakkelijk
45
ἔχθραν τις αὐτῆι καλλίνικον οἴσεται.
zal iemand die ruzie zoekt met haar de overwinningskrans behalen.

ἀλλ᾽ οἵδε παῖδες ἐκ τρόχων πεπαυμένοι
Maar zie, de kinderen, opgehouden met het hardlopen,
στείχουσι, μητρὸς οὐδὲν ἐννοούμενοι
komen, niets bemerkend
κακῶν· νέα γὰρ φροντὶς οὐκ ἀλγεῖν φιλεῖ.
van moeders ellende; want een jonge gedachte houdt er niet van verdriet te hebben.

ΠΑΙΔΑΓΩΓΟΣ ·
Begeleider
παλαιὸν οἴκων κτῆμα δεσποίνης ἐμῆς,
“Oud huisbezit van mijn meesteres,
50
τί πρὸς πύλαισι τήνδ᾽ ἄγουσ᾽ ἐρημίαν
Waarom sta je bij de poort zo eenzaam
ἕστηκας, αὐτὴ θρεομένη σαυτῆι κακά;
bij jezelf weeklagend over ellende?
πῶς σοῦ μόνη Μήδεια λείπεσθαι θέλει;
Hoe zou Medea zonder jou achtergelaten willen worden?

Τρ. Voedster
τέκνων ὀπαδὲ πρέσβυ τῶν Ἰάσονος,
Oude begeleider van de kinderen van Jason,
χρηστοῖσι δούλοις ξυμφορὰ τὰ δεσποτῶν
Voor goede slaven zijn een ramp de
55
κακῶς πίτνοντα, καὶ φρενῶν ἀνθάπτεται.
slecht uitpakkende dingen van hun meesters, en zij raken hun hart.
ἐγὼ γὰρ ἐς τοῦτ᾽ ἐκβέβηκ᾽ ἀλγηδόνος,
ik immers ben in die mate buiten mijzelf geraakt van verdriet
ὥσθ᾽ ἵμερός μ᾽ ὑπῆλθε γῆι τε κοὐρανῶι
dat het verlangen bij mij opkwam aan aarde en hemel
λέξαι μολούσηι δεῦρο δεσποίνης τύχας.
te vertellen, na hierheen te zijn gegaan, de lotgevallen van mijn meesteres.

Πα. Begeleider
οὔπω γὰρ ἡ τάλαινα παύεται γόων;
Dus nog niet houdt de ongelukkige op met jammerklachten?
60
ζηλῶ σ᾽· ἐν ἀρχῆι πῆμα κοὐδέπω μεσοῖ.
Ik benijd je; in het begin is pas de rampspoed, nog niet halverwege.
ὦ μῶρος – εἰ χρὴ δεσπότας εἰπεῖν τόδε·
o verdwaasde – als het geoorloofd is dat meesters dit zeggen;
ὡς οὐδὲν οἶδε τῶν νεωτέρων κακῶν.
want niets weet zij van de laatste rampen.

Τρ. Voedster
τί δ᾽ ἔστιν, ὦ γεραιέ; μὴ φθόνει φράσαι.
Wat is het, oude? Misgun het mij niet het mij mee te delen.

Πα. Begeleider
οὐδέν· μετέγνων καὶ τὰ πρόσθ᾽ εἰρημένα.
Niets! Ik herroep ook het eerder gezegde.
65
Τρ. Voedster
μή, πρὸς γενείου, κρύπτε σύνδουλον σέθεν·
Bij je baard, verberg het niet voor een medeslaaf van jou;
σιγὴν γάρ, εἰ χρή, τῶνδε θήσομαι πέρι.
want als het nodig is zal ik het stilzwijgen bewaren over deze dingen.

Πα. Begeleider
ἤκουσά του λέγοντος, οὐ δοκῶν κλύειν,
Ik heb gehoord van iemand die het zei, terwijl ik niet scheen te luisteren,
πεσσοὺς προσελθών, ἔνθα δὴ παλαίτατοι
gegaan naar de plaats van het damspel waar de oudsten
θάσσουσι, σεμνὸν ἀμφὶ Πειρήνης ὕδωρ,
zitten, rond het gewijde water van Peirene,
70
ὡς τούσδε παῖδας γῆς ἐλᾶν Κορινθίας
dat hij deze kinderen uit het land van Corinthe verdrijven
σὺν μητρὶ μέλλοι τῆσδε κοίρανος χθονὸς
wil met hun moeder, hij, de heerser van dit land
Κρέων. ὁ μέντοι μῦθος εἰ σαφὴς ὅδε
Kreoon. Dit verhaal echter, of dit waar is
οὐκ οἶδα· βουλοίμην δ᾽ ἂν οὐκ εἶναι τόδε.
weet ik niet; ik zou wel willen dat dit niet zo is.

Τρ. Voedster
καὶ ταῦτ᾽ Ἰάσων παῖδας ἐξανέξεται
En zal Jason verdragen dat zijn kinderen
75
πάσχοντας, εἰ καὶ μητρὶ διαφορὰν ἔχει;
dat ondergaan, ook al heeft hij onenigheid met hun moeder?

Πα. Begeleider
παλαιὰ καινῶν λείπεται κηδευμάτων,
Oude verwantschappen vervagen bij nieuwe,
κοὐκ ἔστ᾽ ἐκεῖνος τοῖσδε δώμασιν φίλος.
en hij is dit huis niet vriendelijk gezind.

Τρ. Voedster
ἀπωλόμεσθ᾽ ἄρ᾽, εἰ κακὸν προσοίσομεν
Wij zijn dus verloren, als wij een nieuwe ramp voegen bij
νέον παλαιῶι, πρὶν τόδ᾽ ἐξηντληκέναι.
een oude, nog vóór we deze hebben verwerkt.
80
Πα. Begeleider
ἀτὰρ σύ γ᾽ – οὐ γὰρ καιρὸς εἰδέναι τόδε
Maar jij – want het is niet het juiste moment dat zij dit weet,
δέσποιναν – ἡσύχαζε καὶ σίγα λόγον.
de meesteres – kom tot rust en verzwijg dit verhaal.

Τρ. Voedster
ὦ τέκν᾽, ἀκούεθ᾽ οἷος εἰς ὑμᾶς πατήρ;
Kinderen! Horen jullie hoe je vader is tegenover jullie?
ὄλοιτο μὲν μή· δεσπότης γάρ ἐστ᾽ ἐμός·
Moge hij niet omkomen; want hij is mijn meester;
ἀτὰρ κακός γ᾽ ὢν ἐς φίλους ἁλίσκεται.
maar hij wordt er op betrapt slecht te zijn voor zijn dierbaren.
85
Πα. Begeleider
τίς δ᾽ οὐχὶ θνητῶν; ἄρτι γιγνώσκεις τόδε,
Wie is dat niet van de stervelingen? Nu pas merk jij dit,
ὡς πᾶς τις αὑτὸν τοῦ πέλας μᾶλλον φιλεῖ,
hoe ieder zichzelf meer bemint dan de ander,
εἰ τούσδε γ᾽ εὐνῆς οὕνεκ᾽ οὐ στέργει πατήρ;
als (je ziet dat) de vader dezen omwille van het huwelijksbed niet liefheeft?

Τρ. Voedster
ἴτ᾽ – εὖ γὰρ ἔσται – δωμάτων ἔσω, τέκνα.
Gaat – want het komt wel goed – het huis binnen, kinderen.
90
σὺ δ᾽ ὡς μάλιστα τούσδ᾽ ἐρημώσας ἔχε
Hou jij hen zoveel mogelijk geïsoleerd
καὶ μὴ πέλαζε μητρὶ δυσθυμουμένηι.
en breng hen niet bij hun moeder, nu zij neerslachtig is.
ἤδη γὰρ εἶδον ὄμμα νιν ταυρουμένην
Want reeds zag ik haar onheilspellend kijken
τοῖσδ᾽, ὥς τι δρασείουσαν· οὐδὲ παύσεται
naar hen, alsof zij iets wil doen; en niet zal zij ophouden met
χόλου, σάφ᾽ οἶδα, πρὶν κατασκῆψαί τινα.
haar woede, dat weet ik wel, voor hij iemand getroffen heeft.
95
ἐχθρούς γε μέντοι, μὴ φίλους, δράσειέ τι.
Moge zij echter haar vijanden, en niet haar vrienden, iets aandoen.

Volgende
Terug

reageer