Go to content Go to navigation Go to search

De doop door Johannes · 3166 dagen geleden by Ad van den Ende

———————-

Johannes was een belangrijke figuur in het oude Palestina. De joodse geschiedschrijver Flavius Josephus schrijft in ‘Oude geschiedenis van de Joden’ (ca 95 na Chr.) over een mislukte campagne van Herodes Antipas, zoon van Herodes de Grote en gouverneur van Galilea tijdens Jezus’ leven:
“Maar voor sommige Joden leek de vernietiging van Herodes’ leger goddelijke wraak te zijn, en zeker een rechtvaardige wraak, vanwege zijn behandeling van Johannes, bijgenaamd de Doper. Want Herodes had hem ter dood laten brengen, hoewel hij een goed man was en de Joden had aangespoord om rechtvaardig te leven, om rechtvaardigheid tegenover hun medemensen en vroomheid tegenover God te praktiseren en zich daarmee ook te laten dopen.”

—————————

(Marcus 1, 1-6)
1 Ἀρχὴ τοῦ εὐαγγελίου Ἰησοῦ Χριστοῦ [υἱοῦ θεοῦ].
Begin van de blijde boodschap van Jezus Christus [zoon van God]
2 Καθὼς γέγραπται ἐν τῷ Ἠσαΐᾳ τῷ προφήτῃ,
Zoals geschreven staat bij Jesaja de profeet
Ἰδοὺ ἀποστέλλω τὸν ἄγγελόν μου πρὸ προσώπου σου,
zie ik zend mijn boodschapper voor uw aangezicht,
ὃς κατασκευάσει τὴν ὁδόν σου·
hij zal de weg voor u gereedmaken.

3 φωνὴ βοῶντος ἐν τῇ ἐρήμῳ,
de stem van een roepende in de woestijn,
Ἑτοιμάσατε τὴν ὁδὸν κυρίου,
bereidt de weg van de heer,
εὐθείας ποιεῖτε τὰς τρίβους αὐτοῦ,
maak recht zijn paden.

4 ἐγένετο Ἰωάννης βαπτίζων ἐν τῇ ἐρήμῳ
Het gebeurde dat Johannes doopte in de woestijn
καὶ κηρύσσων βάπτισμα μετανοίας εἰς ἄφεσιν ἁμαρτιῶν.
en predikte het doopsel van bekering tot vergeving van de zonden

5 καὶ ἐξεπορεύετο πρὸς αὐτὸν πᾶσα ἡ Ἰουδαία χώρα
en naar hem liep uit de hele landstreek van Judea
καὶ οἱ Ἱεροσολυμῖται πάντες,
en alle inwoners van Jerusalem,
καὶ ἐβαπτίζοντο ὑπ᾽ αὐτοῦ ἐν τῷ Ἰορδάνῃ ποταμῷ
en ze werden door hem gedoopt in de Jordaan rivier,
ἐξομολογούμενοι τὰς ἁμαρτίας αὐτῶν.
terwijl ze hun zonden beleden.

6 καὶ ἦν ὁ Ἰωάννης ἐνδεδυμένος τρίχας καμήλου
En Johannes was gekleed in haren van een kameel
καὶ ζώνην δερματίνην περὶ τὴν ὀσφὺν αὐτοῦ,
en een leren gordel om zijn middel,
καὶ ἐσθίων ἀκρίδας καὶ μέλι ἄγριον.
en hij at sprinkhanen en wilde honing.”

(Matteus 3, 7-10)
7  Ἰδὼν δὲ πολλοὺς τῶν Φαρισαίων καὶ Σαδδουκαίων
Ziende velen van de Farizeeën en Sadduceeën,
ἐρχομένους ἐπὶ τὸ βάπτισμα αὐτοῦ
komende naar zijn doopsel,
εἶπεν αὐτοῖς, Γεννήματα ἐχιδνῶν,
zei hij hun: “Gebroed van adders,
τίς ὑπέδειξεν ὑμῖν
wie heeft jullie voorgespiegeld
φυγεῖν ἀπὸ τῆς μελλούσης ὀργῆς;
te zullen ontkomen aan de komende toorn?

8  ποιήσατε οὖν καρπὸν
Brengt dus vrucht voort
ἄξιον τῆς μετανοίας·
passend bij het verkrijgen van beter inzicht.
9  καὶ μὴ δόξητε
En denk maar niet
λέγειν ἐν ἑαυτοῖς,
dat je kunt zeggen bij jezelf:
Πατέρα ἔχομεν τὸν Ἀβραάμ,
“Als vader hebben wij Abraham!”,
λέγω γὰρ ὑμῖν ὅτι δύναται ὁ θεὸς
want ik zeg jullie dat God in staat is
ἐκ τῶν λίθων τούτων
uit die stenen
ἐγεῖραι τέκνα τῷ Ἀβραάμ.
kinderen voor Abraham te verwekken!.

10  ἤδη δὲ ἡ ἀξίνη
Reeds ligt de bijl
πρὸς τὴν ῥίζαν τῶν δένδρων κεῖται·
aan de wortel van de bomen;
πᾶν οὖν δένδρον
elke boom dus
μὴ ποιοῦν καρπὸν καλὸν
die geen goede vrucht voortbrengt
ἐκκόπτεται καὶ εἰς πῦρ βάλλεται.
zal omgehakt en in het vuur geworpen worden.”

———

“Geleerden zijn het er in het algemeen over eens dat Jezus pas in het openbaar ging optreden nadat hij een tijdlang intensief met Johannes de Doper had opgetrokken.” (Dickson) Johannes de Doper was de leraar die Jezus het meest bewonderde. Professor Paula Frederiksen schrijft: “Wat we wel zonder twijfel weten is dat Johannes een impact op Jezus had die van cruciaal belang bleek.”
“Veel van Jezus’ bediening behoudt de accenten die Johannes de Doper ook had gelegd: zijn voortzetting van het doopritueel, zijn veelvuldige waarschuwingen voor een op handen zijnd oordeel, zijn hartstochtelijk pleidooi dat mensen moesten terugkeren tot hun Maker en zijn belofte van Gods vergeving voor allen die zich bekeren. Dit alles weerspiegelt het eerdere onderricht van Johannes.” (Dickson)

————

(Marcus 1, 7-11)
7 καὶ ἐκήρυσσεν λέγων,
En hij maakte bekend, zeggend:
Ἔρχεται ὁ ἰσχυρότερός μου ὀπίσω μου,
‘Hij komt, die sterker is dan ik, na mij,
οὗ οὐκ εἰμὶ ἱκανὸς κύψας
van wie ik niet bevoegd ben, gebogen,
λῦσαι τὸν ἱμάντα τῶν ὑποδημάτων αὐτοῦ·
los te maken de riemen van zijn sandalen.

8 ἐγὼ ἐβάπτισα ὑμᾶς ὕδατι,
Ik doopte u met water,
αὐτὸς δὲ βαπτίσει ὑμᾶς ἐν πνεύματι ἁγίῳ.
hij echter zal u dopen met een heilige geest.’

9 Καὶ ἐγένετο ἐν ἐκείναις ταῖς ἡμέραις
En het gebeurde in die dagen
ἦλθεν Ἰησοῦς ἀπὸ Ναζαρὲτ τῆς Γαλιλαίας
dat Jezus van Nazareth (in Galilea) kwam
καὶ ἐβαπτίσθη εἰς τὸν Ἰορδάνην ὑπὸ Ἰωάννου.
en gedoopt werd in de Jordaan door Johannes.

10 καὶ εὐθὺς ἀναβαίνων ἐκ τοῦ ὕδατος
En terstond uit het water komend
εἶδεν σχιζομένους τοὺς οὐρανοὺς
zag hij de hemel opengesplitst
καὶ τὸ πνεῦμα ὡς περιστερὰν καταβαῖνον εἰς αὐτόν·
en de geest als een duif neerdalend op hem,

11 καὶ φωνὴ ἐγένετο ἐκ τῶν οὐρανῶν,
en er kwam een stem uit de hemel:
Σὺ εἶ ὁ υἱός μου ὁ ἀγαπητός,
‘Jij bent mijn zoon, de welbeminde,
ἐν σοὶ εὐδόκησα.
in jou heb ik welbehagen.’

——————

Inwendig een stem horen is niet echt uitzonderlijk. Men schat dat gemiddeld vier van de honderd volwassenen inwendig wel eens een stem horen.
Jezus nam de stem, die hij hoorde, serieus. Hij wist ook wat er bij de profeet volgde op: ‘Jij bent mijn zoon, de welbeminde, in jou heb ik welbehagen.’ namelijk: ‘Daarom heb ik jou gezalfd.” Was hij dus de Gezalfde, de Messias? Uit de daaropvolgende verleiding van de duivel kunnen we opmaken dat de ‘stem’ ook zei dat hij de zoon van God was. Schrok hij daar zo van dat hij zich daarom lange tijd terugtrok in de woestijn om aan het idee te wennen? Was hij, als zoon van God, inderdaad almachtig?

————————

(Matteüs 4, 1-11)

1 Τότε ὁ Ἰησοῦς ἀνήχθη εἰς τὴν ἔρημον
Toen werd Jezus gevoerd naar de woestijn
ὑπὸ τοῦ πνεύματος,
door de geest
πειρασθῆναι ὑπὸ τοῦ διαβόλου.
om op de proef gesteld te worden door de duivel.
2 καὶ νηστεύσας ἡμέρας τεσσαράκοντα
En na gevast te hebben veertig dagen
καὶ νύκτας τεσσαράκοντα ὕστερον ἐπείνασεν.
en veertig nachten kreeg hij daarna honger.

3 Καὶ προσελθὼν ὁ πειράζων εἶπεν αὐτῷ,
En naderbij gekomen, de bekoorder, zei hij hem:
Εἰ υἱὸς εἶ τοῦ θεοῦ,
“Als u de Zoon van God bent
εἰπὲ ἵνα οἱ λίθοι οὗτοι ἄρτοι γένωνται.
spreek opdat deze stenen broden worden.”
4 ὁ δὲ ἀποκριθεὶς εἶπεν, Γέγραπται,
Maar hij zei ten antwoord: “Er is geschreven:
Οὐκ ἐπ᾽ ἄρτῳ μόνῳ ζήσεται ὁ ἄνθρωπος,
“Niet van brood alleen zal leven de mens,
ἀλλ᾽ ἐπὶ παντὶ ῥήματι
maar van ieder woord
ἐκπορευομένῳ διὰ στόματος θεοῦ.
komend door de mond van God.”

5 Τότε παραλαμβάνει αὐτὸν ὁ διάβολος
Dan neemt de duivel hem mee
εἰς τὴν ἁγίαν πόλιν, καὶ ἵστησιν αὐτὸν
naar de heilige stad, en hij plaatst hem
ἐπὶ τὸ πτερύγιον τοῦ ἱεροῦ,
op de nok van de tempel,
6 καὶ λέγει αὐτῷ,
en hij zegt hem:

Εἰ υἱὸς εἶ τοῦ θεοῦ,
“Als u de Zoon van God bent
βάλε σεαυτὸν κάτω· γέγραπται γὰρ
werp u dan omlaag, want er staat geschreven
ὅτι Τοῖς ἀγγέλοις αὐτοῦ ἐντελεῖται περὶ σοῦ
dat Hij aan zijn engelen heeft opgedragen over u
καὶ ἐπὶ χειρῶν ἀροῦσίν σε,
en dat zij u op hun handen zullen dragen,
μήποτε προσκόψῃς πρὸς λίθον τὸν πόδα σου.
opdat u niet zou stoten tegen een steen uw voet.”

7 ἔφη αὐτῷ ὁ Ἰησοῦς,
Jezus zei hem:
Πάλιν γέγραπται,
“Ook staat ere geschreven:
Οὐκ ἐκπειράσεις κύριον τὸν θεόν σου.
“Niet zult u op de proef stellen de Heer uw God.”

8 Πάλιν παραλαμβάνει αὐτὸν ὁ διάβολος
Opnieuw neemt de duivel hem mee,
εἰς ὄρος ὑψηλὸν λίαν,
(nu) naar een zeer hoge berg,
καὶ δείκνυσιν αὐτῷ
en hij toont hem
πάσας τὰς βασιλείας τοῦ κόσμου
alle koninkrijken van de wereld,
καὶ τὴν δόξαν αὐτῶν,
en hun heerlijkheid,
9 καὶ λέγει αὐτῷ,
en hij zegt hem:

Ταῦτά σοι πάντα δώσω
“Dat alles zal ik u geven
ἐὰν πεσὼν προσκυνήσῃς μοι.
als u, neergevallen, knielt voor mij.”

10 τότε λέγει αὐτῷ ὁ Ἰησοῦς,
Dan zegt Jezus hem:
Ὕπαγε, Σατανᾶ· γέγραπται γάρ,
“Ga weg, Satan, want er is geschreven:
Κύριον τὸν θεόν σου προσκυνήσεις
Voor de Heer uw God zult u knielen
καὶ αὐτῷ μόνῳ λατρεύσεις.
en Hem alleen zult u dienen.”

11 Τότε ἀφίησιν αὐτὸν ὁ διάβολος,
Dan verlaat hem de duivel
καὶ ἰδοὺ ἄγγελοι προσῆλθον
en zie, engelen kwamen (naar hem) toe
καὶ διηκόνουν αὐτῷ.
en dienden hem.

—————

(Marcus 1, 12-13)

12 Καὶ εὐθὺς τὸ πνεῦμα αὐτὸν ἐκβάλλει εἰς τὴν ἔρημον.
En terstond dreef de geest hem naar de woestijn.

13 καὶ ἦν ἐν τῇ ἐρήμῳ τεσσαράκοντα ἡμέρας
En hij was in de woestijn, veertig dagen,
πειραζόμενος ὑπὸ τοῦ Σατανᾶ,
op de proef gesteld door de satan
καὶ ἦν μετὰ τῶν θηρίων,
en hij was onder de wilde dieren,
καὶ οἱ ἄγγελοι διηκόνουν αὐτῷ.
en de engelen dienden hem.

Bij Lucas lezen we:
14 Μετὰ δὲ τὸ παραδοθῆναι τὸν Ἰωάννην
Nadat Johannes gevangen was genomen
ἦλθεν ὁ Ἰησοῦς εἰς τὴν Γαλιλαίαν
ging Jezus naar Galilea,
κηρύσσων τὸ εὐαγγέλιον τοῦ θεοῦ
verkondigend het goede nieuws van God,
15 καὶ λέγων ὅτι Πεπλήρωται ὁ καιρὸς
en zeggend: “Het beslissend moment is aangebroken,
καὶ ἤγγικεν ἡ βασιλεία τοῦ θεοῦ·
het koninkrijk van God is nabij gekomen;
μετανοεῖτε
kom tot inkeer
καὶ πιστεύετε ἐν τῷ εὐαγγελίῳ.
en hecht geloof aan dit goede nieuws.”

De eerste leerlingen

(Marcus 1:14-20 )
14 Μετὰ δὲ τὸ παραδοθῆναι τὸν Ἰωάννην
Nadat Johannes gevangen was genomen
ἦλθεν ὁ Ἰησοῦς εἰς τὴν Γαλιλαίαν
ging Jezus naa Galilea
κηρύσσων τὸ εὐαγγέλιον τοῦ θεοῦ
verkondigend het goede nieuws van God.

15 καὶ λέγων ὅτι Πεπλήρωται ὁ καιρὸς
En zeggend dat het beslissend moment was aangebroken
καὶ ἤγγικεν ἡ βασιλεία τοῦ θεοῦ·
en dat het koninkrijk van God nabij was.
μετανοεῖτε καὶ πιστεύετε ἐν τῷ εὐαγγελίῳ.
Kom tot inkeer en neem de goede tijding aan.

16 Καὶ παράγων παρὰ τὴν θάλασσαν τῆς Γαλιλαίας
Toen hij langs het Meer van Galilea liep
εἶδεν Σίμωνα καὶ Ἀνδρέαν τὸν ἀδελφὸν Σίμωνος
zag hij Simon en Andreas, de broer van Simon,
ἀμφιβάλλοντας ἐν τῇ θαλάσσῃ· ἦσαν γὰρ ἁλιεῖς.
(hun netten) uitwerpend op zee; want het waren vissers.

17 καὶ εἶπεν αὐτοῖς ὁ Ἰησοῦς, Δεῦτε ὀπίσω μου,
En Jezus zei tegen hen: ‘Kom, volg mij,
καὶ ποιήσω ὑμᾶς γενέσθαι ἁλιεῖς ἀνθρώπων.
en ik zal maken dat jullie vissers van mensen worden.’
18 καὶ εὐθὺς ἀφέντες τὰ δίκτυα
En terstond hun netten in de steek latend
ἠκολούθησαν αὐτῷ.
volgden zij hem.

19 Καὶ προβὰς ὀλίγον εἶδεν Ἰάκωβον τὸν τοῦ Ζεβεδαίου
Een stukje verder gegaan zag hij Jakobus, de zoon van Zebedeus.
καὶ Ἰωάννην τὸν ἀδελφὸν αὐτοῦ,
en Johannes, zijn broer.
καὶ αὐτοὺς ἐν τῷ πλοίῳ καταρτίζοντας τὰ δίκτυα,
Ook zij (waren) op een boot, de netten herstellend.

20 καὶ εὐθὺς ἐκάλεσεν αὐτούς.
En terstond riep hij hen,
καὶ ἀφέντες τὸν πατέρα αὐτῶν Ζεβεδαῖον
en zij lieten hun vader Zebedeus achter
ἐν τῷ πλοίῳ μετὰ τῶν μισθωτῶν
op de boot, samen met de arbeiders,
ἀπῆλθον ὀπίσω αὐτοῦ.
en volgden hem.

Jezus en de Farizeeën

Net als Johannes ging ook Jezus soms fel tekeer tegen de Farizeeën.
(Lucas 7:33-34)
33 ἐλήλυθεν γὰρ Ἰωάννης ὁ βαπτιστὴς
Want Johannes de Doper is gekomen,
μὴ ἐσθίων ἄρτον μήτε πίνων οἶνον,
hij at geen brood en dronk geen wijn,
καὶ λέγετε, Δαιμόνιον ἔχει·
en jullie zeggen: hij heeft een duivel.
34 ἐλήλυθεν ὁ υἱὸς τοῦ ἀνθρώπου
De Mensenzoon is gekomen,
σθίων καὶ πίνων, καὶ λέγετε,
hij eet en drinkt, en jullie zeggen:
Ἰδοὺ ἄνθρωπος φάγος καὶ οἰνοπότης,
Kijk eens wat een veelvraat en drinkebroer,
φίλος τελωνῶν καὶ ἁμαρτωλῶν.
een vriend van tollenaars en zondaars!‘”

Volgende
Terug