Go to content Go to navigation Go to search

Vreemdelingen en vrouwen hebben het moeilijk · 2776 dagen geleden by Ad van den Ende

Medea legt haar situatie uit (214-270)

Μedea
Κορίνθιαι γυναῖκες, ἐξῆλθον δόμων,
Vrouwen van Corinthe, ik kom naar buiten,
μή μοί τι μέμψησθ᾽·
opdat u me geen verwijten maakt.
οἶδα γὰρ πολλοὺς βροτῶν
Ik weet immers dat velen onder de mensen
σεμνοὺς γεγῶτας, τοὺς μὲν ὀμμάτων ἄπο,
hooghartig zijn, sommigen uit het zicht,
τοὺς δ᾽ ἐν θυραίοις·
anderen in het openbaar.
οἱ δ᾽ ἀφ᾽ ἡσύχου ποδὸς
Weer anderen, door hun teruggetrokken levenswijze,
δύσκλειαν ἐκτήσαντο
krijgen een slechte reputatie
καὶ ῥαιθυμίαν.
en de naam van arrogant te zijn.

δίκη γὰρ οὐκ ἔνεστ᾽ ἐν ὀφθαλμοῖς βροτῶν,
Er is geen recht in de ogen van een mens,
ὅστις πρὶν ἀνδρὸς σπλάγχνον ἐκμαθεῖν σαφῶς
die, alvorens van een mens het innerlijk goed te kennen
στυγεῖ δεδορκώς,
hem haat als hij hem ziet,
οὐδὲν ἠδικημένος.
zonder enig onrecht ondervonden te hebben.

χρὴ δὲ ξένον μὲν
Het is nodig dat een vreemdeling
κάρτα προσχωρεῖν πόλει·
zich zeer aanpast aan de stad.
οὐδ᾽ ἀστὸν ἤινεσ᾽
Ik heb geen waardering voor een burger
ὅστις αὐθαδὴς γεγὼς
die in zijn hooghartigheid
πικρὸς πολίταις ἐστὶν ἀμαθίας ὕπο.
bot is voor zijn medeburgers uit domheid.

ἐμοὶ δ᾽ ἄελπτον πρᾶγμα
Mij heeft deze onverwachte gebeurtenis,
προσπεσὸν τόδε
die mij overviel,
ψυχὴν διέφθαρκ᾽· οἴχομαι δὲ καὶ βίου
mijn ziel verscheurd. Ik ben weg, heb mijn levens-
χάριν μεθεῖσα κατθανεῖν χρήιζω, φίλαι.
vreugde verloren en verlang te sterven, vriendinnen.

ἐν ὧι γὰρ ἦν μοι πάντα γιγνώσκω καλῶς,
Hij die immers alles voor mij was, en dat besef ik heel goed,
κάκιστος ἀνδρῶν ἐκβέβηχ᾽ οὑμὸς πόσις.
blijkt de slechtste van de mensen te zijn: mijn echtgenoot.

πάντων δ᾽ ὅσ᾽ ἔστ᾽ ἔμψυχα καὶ γνώμην ἔχει
Van alles wat bezield is en verstand heeft,
γυναῖκές ἐσμεν ἀθλιώτατον φυτόν·
zijn wij, vrouwen, de ongelukkigste schepsels.
ἃς πρῶτα μὲν δεῖ χρημάτων ὑπερβολῆι
Wij, die eerst met een grote hoeveelheid geld
πόσιν πρίασθαι, δεσπότην τε σώματος
een man moeten kopen, en hem als heerser over ons lichaam
λαβεῖν· κακοῦ γὰρ τοῦτ᾽ ἔτ᾽ ἄλγιον κακόν.
moeten accepteren; en dit laatste is nog veel erger.

κἀν τῶιδ᾽ ἀγὼν μέγιστος,
En hierin zit een zeer groot risico:
ἢ κακὸν λαβεῖν
of je een slechte (man) krijgt
ἢ χρηστόν. οὐ γὰρ εὐκλεεῖς ἀπαλλαγαὶ
of een goede. Want een echtscheiding is niet fatsoenlijk
γυναιξὶν οὐδ᾽ οἷόν
voor vrouwen, noch is het mogelijk
τ᾽ ἀνήνασθαι πόσιν.
een echtgenoot af te wijzen.

ἐς καινὰ δ᾽ ἤθη
Als ze met nieuwe gewoontes
καὶ νόμους ἀφιγμένην
en huisregels te maken krijgt
δεῖ μάντιν εἶναι,
moet ze wel een helderziende zijn
μὴ μαθοῦσαν οἴκοθεν,
omdat ze het niet van huis uit weet
οἵτωι μάλιστα χρήσεται ξυνευνέτηι.
hoe ze het beste omgaat met haar bedgenoot.

κἂν μὲν τάδ᾽ ἡμῖν ἐκπονουμέναισιν εὖ
En als we hierin goed slagen
πόσις ξυνοικῆι
en onze echtgenoot (met ons) samenleeft
μὴ βίαι φέρων ζυγόν,
zonder met tegenzin het (huwelijks)juk te dragen
ζηλωτὸς αἰών·
dan is het leven benijdenswaardig.
εἰ δὲ μή, θανεῖν χρεών.
Zo niet, dan kun je beter sterven.

ἀνὴρ δ᾽, ὅταν τοῖς ἔνδον ἄχθηται ξυνών,
Een man, als hij zich ergert aan zijn huisgenoten,
ἔξω μολὼν ἔπαυσε καρδίαν ἄσης
gaat naar buiten en verdrijft de verveling van zijn hart;
ἢ πρὸς φίλον τιν᾽ ἢ πρὸς ἥλικα τραπείς·
óf tot een vriend óf tot een leeftijdgenoot wendt hij zich.
ἡμῖν δ᾽ ἀνάγκη πρὸς μίαν ψυχὴν βλέπειν.

Maar wij moeten tegen één persoon aankijken.
λέγουσι δ᾽ ἡμᾶς ὡς ἀκίνδυνον βίον
Ze zeggen dat wij een ongevaarlijk leven
ζῶμεν κατ᾽ οἴκους, οἳ δὲ μάρνανται δορί·
leiden thuis, en zij strijden met de lans.

κακῶς φρονοῦντες· ὡς τρὶς ἂν παρ᾽ ἀσπίδα
De dwazen. Ik zou me liever drie keer in het gelid
στῆναι θέλοιμ᾽ ἂν μᾶλλον ἢ τεκεῖν ἅπαξ.
op willen stellen dan één keer (een kind) te baren.

Volgende
Terug