Go to content Go to navigation Go to search

Athene en Telemachus · Dec 28, 04:27 AM by Ad van den Ende

ἐς δ᾽ ἦλθον
Naar binnen kwamen ze,
μνηστῆρες ἀγήνορες.
de arrogante vrijers.
οἱ μὲν ἔπειτα
En vervolgens
ἑξείης ἕζοντο
gingen ze in rijen zitten
κατὰ κλισμούς
in leunstoelen
τε θρόνους τε,
en rechte stoelen,
τοῖσι δὲ κήρυκες
Voor hen goten dienaren
μὲν ὕδωρ
water
ἐπὶ χεῖρας ἔχευαν,
over de handen,
σῖτον δὲ δμῳαὶ παρενήνεον
Slavinnen stapelden brood
ἐν κανέοισιν,
in mandjes,
κοῦροι δὲ
en jongemannen
κρητῆρας ἐπεστέψαντο
vulden de mengvaten tot de rand
ποτοῖο.
met wijn.
οἱ δ᾽ ἐπ᾽ ὀνείαθ᾽
Naar de spijzen
ἑτοῖμα προκείμενα
die klaar voor hen lagen
χεῖρας ἴαλλον.
strekten zij hun hand uit.

αὐτὰρ ἐπεὶ
Maar toen ze
πόσιος καὶ ἐδητύος
met drank en spijs
ἐξ ἔρον ἕντο
verzadigd waren,
μνηστῆρες,
de vrijers,
τοῖσιν μὲν ἐνὶ φρεσὶν
kwam in hun hoofd
ἄλλα μεμήλει,
iets anders op,
μολπή τ᾽ ὀρχηστύς τε·
zang en dans,
τὰ γὰρ τ᾽ ἀναθήματα
want dat zijn de ´toetjes´
δαιτός·
van de maaltijd.

κῆρυξ δ᾽
Een bediende
ἐν χερσὶν
stelde ter hand
κίθαριν περικαλλέα
een heel mooie citer
θῆκεν Φημίῳ,
aan Femios,
ὅς ῥ᾽ ἤειδε
die zong
παρὰ μνηστῆρσιν
voor de zangers
ἀνάγκῃ.
onder dwang.
ἦ τοι ὁ φορμίζων
Op de citer spelend
ἀνεβάλλετο
begon hij
καλὸν ἀείδειν.
een mooi lied te zingen.

αὐτὰρ Τηλέμαχος
Maar Telemachus
προσέφη γλαυκῶπιν Ἀθήνην,
zei tegen de glinsterogige Athene,
ἄγχι σχὼν κεφαλήν,
dichtbij houdend zijn hoofd,
ἵνα μὴ πευθοίαθ᾽
opdat ze het niet zouden horen,
οἱ ἄλλοι·
de anderen:
“ξεῖνε φίλ᾽,
“Beste gast,
ἦ καὶ μοι νεμεσήσεαι
zul je me kwalijk nemen
ὅττι κεν εἴπω;
wat ik je ga zeggen?
τούτοισιν μὲν
Die mensen
ταῦτα μέλει,
hebben daar plezier in:
κίθαρις καὶ ἀοιδή,
een citer en gezang,
ῥεῖ᾽,
geen kunst,
ἐπεὶ ἀλλότριον βίοτον
omdat ze andermans bezit
νήποινον ἔδουσιν,
zonder vergoeding opeten,
ἀνέρος,
van de man
οὗ δή που λεύκ᾽ ὀστέα
van wie waarschijnlijk de witte botten
πύθεται
verrotten,
ὄμβρῳen κείμεν᾽
in de regen liggend
ἐπ᾽ ἠπείρου,
op het land,
ἢ εἰν ἁλὶ
of in de zee
κῦμα κυλίνδει.
rolt een golf ze voort.

εἰ κεῖνόν γ᾽
Als ze hem
Ἰθάκηνδε ἰδοίατο
in Ithaka zouden zien
νοστήσαντα,
terugkeren,
πάντες κ᾽ἀρησαίατ᾽
zouden allen wel willen
ἐλαφρότεροι πόδας εἶναι
liever snel te voet te zijn
ἢ ἀφνειότεροι
dan rijk aan
χρυσοῖό τε ἐσθῆτός τε.
goud en kleding.

νῦν δ᾽ ὁ μὲν
Maar nu
ὣς ἀπόλωλε
is hij zo te gronde gegaan,
κακὸν μόρον,
een ellendig einde,
οὐδέ τις ἡμῖν
voor ons is er geen enkele
θαλπωρή,
troost,
εἴ πέρ τις
zelfs niet als iemand
ἐπιχθονίων
van de op aarde levende
ἀνθρώπων
mensen
φῇσιν ἐλεύσεσθαι·
zegt dat hij zal komen.
τοῦ δ᾽ ὤλετο
Voor hem is verkeken
νόστιμον ἦμαρ.
de dag van terugkeer.

ἀλλ᾽ ἄγε μοι
maar kom,
τόδε εἰπὲ
zeg me dit,
καὶ ἀτρεκέως κατάλεξον·
en vertel het eerlijk:
τίς πόθεν εἰς ἀνδρῶν;
wie en vanwaar ben je?
πόθι τοι πόλις
Waar ligt je stad
ἠδὲ τοκῆες;
en (wonen) je ouders?
ὁπποίης τ᾽ ἐπὶ νηὸς
op wat voor schip
ἀφίκεο·
bent u gekomen-
πῶς δέ σε ναῦται
Hoe brachten de scheepslui
ἤγαγον εἰς Ἰθάκην;
je naar Ithaka?
τίνες ἔμμεναι
Wie zijn ze,
εὐχετόωντο;
zeggen ze?
οὐ μὲν γὰρ
Want niet
τί σε πεζὸν ὀίομαι
denk ik dat je te voet
ἐνθάδ᾽ ἱκέσθαι.
hier bent gekomen.
καί μοι τοῦτ᾽
En die dingen,
ἀγόρευσον ἐτήτυμον,
vertel ze mij naar waarheid,
ὄφρ᾽ ἐὺ εἰδῶ,
opdat ik goed weet
ἠὲ νέον μεθέπεις
of u voor het eerst komt,
ἦ καὶ πατρώιός ἐσσι
of dat u al van mijn vader
ξεῖνος,
een vriend bent.
ἐπεὶ πολλοὶ ἴσαν ἀνέρες
Want veel mannen bezochten
ἡμέτερον δῶ
ons huis,
ἄλλοι,
anderen,
ἐπεὶ καὶ κεῖνος
want ook hij
ἐπίστροφος ἦν ἀνθρώπων.”
ging veel om met mensen.

τὸν δ᾽ αὖτε προσέειπε θεά,
Hem antwoordde de godin,
γλαυκῶπις Ἀθήνη·
Athene met de schitterende ogen:
“τοιγὰρ ἐγώ τοι
“Welnu dan, aan jou
ταῦτα μάλ᾽ ἀτρεκέως
zal ik dat heel precies
ἀγορεύσω.
vertellen.
Μέντης
Mentes,
Ἀγχιάλοιο δαΐφρονος
van de verstandige Anchialos
εὔχομαι
verzeker ik je
εἶναι υἱός,
de zoon te zijn.
ἀτὰρ
En verder:
Ταφίοισι
over de Tafiérs,
φιληρέτμοισιν
die van roeien houden,
ἀνάσσω.
heers ik.
νῦν δ᾽ ὧδε
Nu kwam ik hierheen
ξὺν νηὶ κατήλυθον
met mijn schip
ἠδ᾽ ἑτάροισιν
en mijn makkers,
πλέων ἐπὶ οἴνοπα πόντον
varend over de wijnkleurige zee,
ἐπ᾽ ἀλλοθρόους
naar een vreemde taal sprekende
ἀνθρώπους,
mensen,
ἐς Τεμέσην
naar Temese
μετὰ χαλκόν,
om brons te halen,
ἄγω δ᾽
en ik heb bij me
αἴθωνα σίδηρον.
glanzend ijzer.
νηῦς δέ μοι ἥδ᾽ ἕστηκεν
Mijn schip is gelegen
ἐπ᾽ ἀγροῦ
in het open veld,
νόσφι πόληος,
ver van de stad,
ἐν λιμένι ῾Ρείθρῳ
in de haven Reithron
ὑπὸ
aan de voet
Νηίῳ ὑλήεντι.
van de bosrijke Neíon.

ξεῖνοι δ᾽ ἀλλήλων
Gastvrienden van elkaar,
πατρώιοι
zoals onze vaders,
εὐχόμεθ᾽
mogen we zeggen
εἶναι
dat we zijn,
ἐξ ἀρχῆς,
van oudsher.

εἴ πέρ τε ᾽
Zoals je ook
γέροντ εἴρηαι
de oude man zal bevestigen
ἐπελθὼν
wanneer je hem bezoekt,
Λαέρτην ἥρωα,
de held Laërtes,
τὸν οὐκέτι φασὶ
van wie ze zeggen dat hij niet meer
πόλινδε ἔρχεσθ᾽,
naar de stad komt,
ἀλλ᾽ ἀπάνευθεν
maar ver weg
ἐπ᾽ ἀγροῦ
op het land
πήματα πάσχειν
een ongelukkig leven leidt,
γρηὶ σὺν ἀμφιπόλῳ,
met een oude dienares,
ἥ οἱ βρῶσίν τε πόσιν τε
die hem voedsel en drank
παρτιθεῖ,
verschaft,
εὖτ᾽ ἄν μιν κάματος
wanneer de vermoeidheid
κατὰ γυῖα λάβῃσιν
zijn ledematen overvalt,
ἑρπύζοντ᾽
als hij zich voortsleept
ἀνὰ γουνὸν
over de helling
ἀλωῆς οἰνοπέδοιο.
van zijn wijn voortbrengende tuin.

νῦν δ᾽ ἦλθον· δὴ γάρ
Nu kwam ik want
μιν ἔφαντ᾽
ze zeiden dat hij
ἐπιδήμιον εἶναι,
in het land was,
σὸν πατέρ᾽·
jouw vader.

ἀλλά νυ τόν γε θεοὶ
Maar de goden
βλάπτουσι
houden hem af
κελεύθου.
van de thuisreis.
οὐ γάρ πω τέθνηκεν
Want hij is echt niet gestorven
ἐπὶ χθονὶ
op de aarde,
δῖος Ὀδυσσεύς,
de edele Odysseus,
ἀλλ᾽ ἔτι
maar hij wordt,
που ζωὸς
denk ik, levend
κατερύκεται
vastgehouden
εὐρέι πόντῳ
op de brede zee,
νήσῳ ἐν
op een eiland,
ἀμφιρύτῃ,
(door de zee) omstroomd
χαλεποὶ δέ
en boosaardige
μιν ἄνδρες ἔχουσιν
mannen houden hem vast,
ἄγριοι,
woeste (mannen),
οἵ που κεῖνον
die hem waarschijnlijk
ἐρυκανόωσ᾽ ἀέκοντα.
vasthouden tegen zijn wil.
200
αὐτὰρ νῦν τοι
En nu zal ik voor jou
ἐγὼ μαντεύσομαι,
een voorspelling doen,
ὡς
zoals de onsterfelijken
ἐνὶ θυμῷ
in mijn geest
ἀθάνατοι βάλλουσι
op laten komen,
καὶ ὡς τελέεσθαι
en zoals het uit zal komen,
ὀίω,
denk ik,
οὔτε τι μάντις ἐὼν
ook al ben ik geen waarzegger,
οὔτ᾽ οἰωνῶν σάφα εἰδώς.
noch van voortekens het fijne wetend.
οὔ τοι ἔτι δηρόν γε
Niet meer lang
φίλης ἀπὸ πατρίδος αἴης
zal hij afwezig van zijn dierbare vaderland
ἔσσεται,
zijn,
οὐδ᾽ εἴ πέρ τε
zelfs niet als hij
σιδήρεα δέσματ᾽ ἔχῃσιν·
ijzeren boeien heeft.

205
φράσσεται ὥς κε νέηται,
Hij zal bedenken hoe hij terugkeert,
ἐπεὶ πολυμήχανός ἐστιν.
omdat hij zeer vindingrijk is.

Volgende
Terug

Op dit artikel kan niet gereageerd worden.